Laat voor het eten

Niet alle dolers zijn de weg kwijt

De dagen, het zadel en de wolk

| Geen reacties

Fietsen grensgebied Nederland-België

Tussen Hilvarenbeek (NL) en Poppel (B).

De lage zon tekent schaduwen op het fietspad langs de gravelweg, een bries beweegt de takken van de bomen van de bosrand. Ik kijk uit over een graanveld dat een kilometer verderop België wordt. Ik zet m’n fiets tegen een paal en maak honderd foto’s van de vroege junimorgen. Aan die fiets hangen spullen, ik ben weer onderweg.

Ik ga niet lang, vier dagen, en niet ver, 470 kilometer, maar ik ga. Voor het eerst sinds het rondje naar het klooster van Chevetogne, december vorig jaar, en voor het eerst met de Salsa. Ik heb een overleg in Terneuzen, ik fiets er naartoe en weer terug. Een paar dagen vrij nemen kan weer nu de opdracht voor Schiphol – veiligheidsplannen voor de Buitenvelderttunnel en de Kaagbaantunnel – zich in het laatste-correctiesstadium bevinden. Als ik op de eerste avond voor m’n tent zit te koken kan ik het bijna niet geloven. Buiten zijn, de hele dag, vroeg opstaan en vroeg weg. De route die ik heb gemaakt vermijdt de meeste auto’s en gaat over kleine wegen door zoveel mogelijk natuur. In Antwerpen check ik meteen het routedeel van Langs de rand van België dat daar doorheen loopt, ik neem de Sint-Annatunnel onder de Schelde door en slaap op de stadscamping op de Linkeroever. M’n Salsa is ook met spullen zo stabiel als een huis, in de buitenlucht zit een onzichtbaar geluksingrediënt, de lichtheid van het fietsersbestaan is ondraaglijk.

Dat ik weer in het zadel zit is niet zo maar iets. Het afgelopen half jaar vond ik meer dan eens moeilijk. De spieren rond m’n knieën hadden pijntjes die de fysiotherapeut niet anders kon verklaren dan als beginnende slijtage. Ik dacht mijn lieve vriendin Coby in februari te zullen verliezen (ze is er nog, we gaan haar in augustus weer zien, maar daar leek het toen niet op). Een vreemde griepheid, met koorts en hoestbuien alsof m’n lichaam zich binnenstebuiten keerde, duurde zo lang dat ik naar de huisarts ging. Door het vele werk stond ik op met spanning en ging ik slapen met spanning. Een routine-onderzoek bracht iets aan het licht dat me zorgen baarde. Het leek wel alsof het allemaal met elkaar te maken had: dat m’n lijf, dat me elke tocht weer versteld laat staan van wat het kan, nu eindelijk en definitief afbrokkelde en niet erg subtiel naar binnen timmerde dat de dagen van woest fietsavontuur achter me lagen. Als je m’n laatste twee berichten leest merk je dat ik het probeerde te verklaren en daar niet in slaagde. Ik kan omgaan met een grijze wolk boven me, maar wolken lossen weer op, ik begreep niet waarom deze bleef hangen.

De wolk werd dunner en kleiner, de pijntjes, griep (of wat het ook was) en de spanning verdwenen. Voor een deel net zo onverklaarbaar als waar ze vandaan kwamen. En ik heb weer gefietst, echt gefietst. M’n lijf doet het weer, m’n hoofd opnieuw gevuld met de zoete onrust van plannen en fietsambities.

Dit zijn de dagen om die plannen te maken. De zomer is het seizoen waar het jaar mee afsluit, met afgeronde projecten en behaalde doelen. Tijd om een paar weken een stap terug te zetten. In de natuur gaat dat net zo. De tumultueuze tijd van nieuw en jong leven, van knoppen en bloemen, van terugkerend groen en de klimmende zon, ligt achter ons. Mini-vogeltjes vliegen uit, kalfjes staan op eigen benen, lichtgroen is donkergroen geworden. Tijd om rust te nemen en om je heen te kijken naar wat je hebt bereikt. De zomer vind ik daarom niet het fijnste fietsseizoen. In de natuur gebeurt zo goed als niets meer. Als je ’s morgens vroeg denkt te starten is de wereld al uren wakker en staat de zon al boven de horizon. De zon die ’s middags zelden je vriend is, met hard licht en meer warmte dan comfortabel is.

En toch, datzelfde licht is verslavend, net als de mildheid van zomeravonden en de energie die dat geeft. Het leven is zoveel eenvoudiger met alleen een korte broek en T-shirt, met een jas die blijft hangen en een verwarming die niet aan hoeft. Ik heb de zomer lief om het licht, fietsen doe ik bij voorkeur in de andere seizoenen, als de natuur in beweging is en er buiten veel meer gebeurt.

Dat licht en die lichtheid van de zomer wens ik je toe bij de tocht die je misschien gaat maken. Heb het naar je zin, kijk naar elkaar en naar de natuur. Ik wens je alle avontuur toe dat je zoekt, met een rustig kompas en een zonnig spoor.

Sinds m’n vorige bericht staan dag 13, dag 14, dag 15 en dag 16 van de tocht naar Stavanger erop, dat avontuur gaat onverstoorbaar verder. En ik heb Vier seizoenen fietsen opgepakt waar het vorig jaar april was gestopt, de maand mei staat er helemaal op. Het Stavanger-verhaal gaat de komende weken verder, al zal ik dat niet meteen melden – check dus af en toe of er een dag is toegevoegd. Dat geldt ook voor de resterende maanden van Vier seizoenen fietsen.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.