Laat voor het eten

Niet alle dolers zijn de weg kwijt

Informatie | Onderdelen bagagefiets

Foto hierboven: station Liège-Guillemins (B), een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava.


Inleiding

Elke bagagefiets waarop ik fiets en gefietst heb is volgens m’n wensen opgebouwd, van spaak tot spatbord. Voordat ik een onderdeel kies onderzoek ik welk type, merk of uitvoering ervan het beste past bij wat ik doe en wat ik belangrijk vind. Hieronder licht ik dat voor de meeste onderdelen toe.

Als fietsonderdelen nieuw voor je zijn, is elk advies koren en lijkt kaf niet te bestaan. Toch geven niet alle fietsverkopers de voor- en nadelen van keuzes even goed weer. “Daar krijgen we nooit klachten over” kan best waar zijn, maar wat doen de klanten van die verkoper gemiddeld met hun fiets? Volgen ze de Moezel of de Trans Ecuador mountain bike route? Luister naar meerdere verhalen, van meerdere verkopers en meerdere mede-fietsers, en trek dan je plan. Een fietsenmerk wil fietsen verkopen met de onderdelen waarvoor het heeft gekozen. Dat zijn niet automatisch de beste keuzes voor wat jij met die fiets gaat doen. Misschien wil je een tocht maken naar Rome of naar de bron van de Maas. In die paar weken is, zeker met een goede voor-vertrek-controlebeurt, de kans klein dat je onderweg zelf iets bij moet stellen of vervangen. Op die routes is bovendien altijd iemand in de buurt die je fiets kan maken. Misschien ga je langer en verder weg, met slechte wegen en door gebieden waar fietsenmakers dun gezaaid zijn. Dan wil je onderdelen die je zelf begrijpt en af kunt stellen. Wees dus kritisch op welke onderdelen je laat monteren. Vermijd onderdelen waar je niets mee kunt of die, als ze stuk gaan, onderweg lastig te krijgen zijn. Straks, ergens in Turkije of Ecuador, is het jij en je fiets. Dan heb je profijt van de keuzes die je thuis gemaakt hebt. Ik hoop dat het onderstaande je daarbij kan helpen.

Noot: veel onderdelen heb ik voorzien van een productlink, zodat je kunt zien waarover ik het heb. Ik link zoveel mogelijk naar de websites van de producent (neutraler dan naar een winkel). Daardoor kom je soms terecht op een pagina die gericht is op de Amerikaanse markt. Geen nood, met Google vind je snel genoeg Nederlandse (of Belgische) webwinkels die het onderdeel kunnen leveren. Er is niemand, geen merk en geen winkel, die me ergens voor betaalt of die me op een andere manier sponsort. Als je geld wilt verdienen raad ik je beslist aan iets anders te gaan doen dan een fietswebsite beginnen :-).

Groepsgedrag

Fabrikanten van fietsonderdelen clusteren hun onderdelen in groepen. Een groep is een gebruiks- en kwaliteitsklasse en bestaat uit de bewegende onderdelen van een fiets, zoals naven, remmen en derailleurs. Er zijn groepen voor mountainbikes, racefietsen en gravelbikes. Je hebt no-nonsense basisgroepen en geavanceerde groepen met sterkere of lichtere onderdelen. Afhankelijk van je gebruiksdoel, eisen en budget kies je voor een onderdeel uit groep A of B. Bij een kant en klare bagagefiets kan de fietsfabrikant er voor kiezen om alle onderdelen uit dezelfde groep te betrekken, bij een bagagefiets die je deels of helemaal zelf samenstelt is dat niet zo. Een high-tech groep is niet per se de beste keuze voor een bagagefiets, omdat ‘beter’ niet altijd ‘sterker’ betekent: soms is het verschil met een basisgroep dat het onderdeel wel lichter, maar ook kwetsbaarder is. De onderdelen van mijn vroegere bagagefietsen waren een mix uit mountainbike- en racegroepen, de onderdelen van mijn Salsa komen uit geen enkele groep.

Fietsen

Salsa Fargo

M’n Salsa Fargo tijdens het fietsen van het Pieterfietspad, februari 2026. Achterop ligt een winterslaapzak.

Tot en met januari 2025 fietste ik op m’n rode Vittorio, met derailleurs, velgremmen en 37/40 mm banden. Vanaf februari 2025 fiets ik op een oranje Salsa Fargo, met Rohloff versnellingsnaaf, schijfremmen en 50 mm banden.

De Vittorio is een volbloed randonneur, een pure toerfiets die gemaakt is voor tochten op asfalt en goed gravel. In het najaar van 2014 op maat gebouwd in Heerhugowaard, met de geometrie en onderdelen die toen gangbaar waren.

De Salsa (een groot fietsenmerk uit Bloomington, Minnesota, V.S.) is een allround fiets, geschikt voor asfalt, gravel en de slechtste boswegen. Aan de onderkant een mountainbike, aan de bovenkant een racefiets. Het Fargo frame heeft een mountainbike-geometrie, is in z’n element op slechte ondergrond en heeft vorken voor brede banden. De fiets in z’n geheel is toer- en bagagevaardig omdat de geometrie is afgestemd op een drop bar, de vorken ruimte hebben voor spatborden en voorzien zijn van bevestigingspunten voor dragers en cages. Het frame is bovendien geschikt voor een Rohloff versnellingsnaaf en aandrijfriem. In het najaar van 2024 heeft Just Pedal (Bunschoten, bij Amersfoort) een Fargo frame volgens m’n wensen opgebouwd tot een complete fiets waarmee ik zowel op asfalt als off road uit de voeten kan. Is de Vittorio een zuivere toerfiets, de Salsa is een toer-en-bikepackingfiets.

Omdat het twee verschillende fietsen zijn licht ik hieronder de onderdelenkeuzes voor zowel de Salsa als de Vittorio toe.

Wielen

Naven

SON 28 disc naafdynamo

SON 28 disc naafdynamo.

Salsa
Voor: SON 28 disc naafdynamo, 36 gaats
Achter: Rohloff speedhub 500/14 versnellingsnaaf, 36 gaats

Waarom
Naafdynamo | Onderweg m’n eigen stroomvoorziening. De naafdynamo levert stroom aan koplamp en achterlicht, waardoor die een onbeperkte lichtduur hebben bij mist, regengrijze dagen of een vroege start in het donker. Nooit meer lampjes opladen. De dynamo levert ook stroom aan de Forumslader (zie bij Omvormer/lader), waarmee ik (via een USB-aansluiting) al fietsend telefoon, gps of wat dan ook kan opladen. Geen afhankelijkheid meer van powerbanks of campingstopcontacten. De naaf heeft onderhoudsvrije industrielagers. Zie ook bij Verlichting.

Achternaaf | (zie bij Aandrijving)

Achtergrond naafdynamo
Een naafdynamo zet een deel van je trap-energie om in elektriciteit. Dat geeft een kleine weerstand, die per type naafdynamo verschilt: de ene dynamo is efficiënter dan de andere en levert dezelfde hoeveelheid stroom tegen minder trap-energie en dus met minder weerstand. Van alle naafdynamo’s zijn die van SON (Schmidt Original Nabendynamo) het efficiëntst, met weinig weerstand en ook bij lage snelheid voldoende stroomopbrengst voor verlichting. Ze kosten ook het meest. Hoe groot die weerstand is? In een onderzoek in deze video van Alee Denham (Cyclingabout) is de weerstand van naafdynamo’s vertaald naar de vertraging die een fietser met een belaste naafdynamo (licht aan) heeft ten opzichte van een fietser zonder naafdynamo die een uur fietst. In die vergelijking komt op een vlakke weg een fietser van 90 kilo met SON naafdynamo en 25 kilo bij zich (fiets+bagage) 1 minuut en 48 seconden later aan dan een fietser met een gewone naaf (overzicht resultaten vanaf tijdstip 3:38). Het verschil is 3 procent. Bij een lichtere (60 kilo) fietser is dat verschil 2 minuten en 38 seconden (4,4 procent), ervan uitgaande dat een lichtere fietser minder trapvermogen heeft. Een naafdynamo die tijdens het fietsen geen stroom levert zorgt voor een verwaarloosbare weerstand, je hoeft dus niet bang te zijn dat je harder moet trappen wanneer je de dynamo niet gebruikt.

M’n Vittorio op de brug in Crest (over de Drôme) tijdens m’n tocht naar de Middellandse Zee, oktober 2023.

Vittorio
Voor: SON 28 naafdynamo, 36 gaats (de niet-disc uitvoering)
Achter: Shimano Deore, 36 gaats

Waarom
Naafdynamo | (als bij de Salsa)

Achternaaf | De Deore naaf is een basismodel, met afstelbare lagers (cups – kogeltjes – conussen). Ik heb bij het bestellen van m’n Vittorio niet opgelet bij de keuze van de achternaaf. Had ik dat wel gedaan, dan had ik een sterkere Deore XT naaf gekozen. Hoeveel dat uitmaakt? Mmm, kennelijk niet veel. Deze Deore naaf dient me al (op het moment van schrijven) 55.000 kilometer. De conussen zijn ondertussen wel een keer vervangen.

Spaken

Salsa en Vittorio
Double butted, 36 stuks per wiel | DT-Swiss | Competition

Waarom
Double butted betekent dat de beide uiteinden van de spaak – de delen die het meeste te verduren krijgen – verdikt zijn, met een dunner middenstuk dat de spaak z’n veerkracht laat behouden. Bagagefietswielen hebben meestal 32 of 36 spaken. Meer spaken – 40 of zelfs 48 – kan ook, maar dat is alleen bij bovenmatig zware belastingen aan de orde (zware fietser of tandemwielen). Een wiel met 36 spaken is sterker en verdeelt de grote krachten die een bagagefietswiel te verduren krijgt beter dan een wiel met 32 spaken. Rohloff naven en SON naafdynamo’s zijn voor zowel 32 als 36 spaken verkrijgbaar (maar niet voor 40- of 48-spaaks wielen). Wielrenners rijden met wielen met weinig spaken omdat minieme luchtwervelingen rond de spaken een net zo minieme weerstand veroorzaken. Een wiel met weinig spaken is echter minder stijf, een racefietswiel heeft daarom dikkere spaken of een hogere velg om het verlies aan stijfheid te compenseren. M’n fietsenmaker (die zelf op een serieus niveau wielrent) schudt daar z’n hoofd over. Het luchtweerstand-verhaal klopt, maar is voor aardse stervelingen en de snelheid waarmee ze fietsen niet relevant. Om het verschil te kunnen merken moet je ten minste op Tour-niveau fietsen (Giro of Vuelta mag ook), maar die discussie laat ik graag aan wielrenners over. Ga als bagagefietser voor een sterk wiel, met 36 spaken.

Bij een wiel met X spaken horen een velg en naaf met X gaten. Open deur, maar je zou de eerste niet zijn voor wie de fietsenmaker een verkeerd onderdeel heeft besteld. Let daarop wanneer je bijvoorbeeld een Rohloff naaf of naafdynamo laat monteren, die zijn er in 32- en 36-gaats varianten. Speukbraak (sorry :-)) is geen ‘fact of life’ voor een bagagefietser. Breek je een spaak en is dat niet herleidbaar tot een kuil waarin je zojuist bent gedenderd of een tak die in je wiel kwam, dan is er meestal iets mis met het wiel: het is te zwak voor het gewicht dat het moet dragen, in combinatie met de wegen waarover je fietst. Mogelijke oorzaken: spaken zijn niet sterk genoeg, wiel niet goed gespaakt of het wiel heeft te weinig spaken. Laat dat onderweg of na terugkeer checken. Is een kapotte spaak bij jou een hoge uitzondering, dan kun je de pech hebben van een maandagmorgen-spaak. Overkomt het je vaker, dan is het tijd voor een ander – sterker – wiel. Ik heb op geen van m’n tochten, ver weg en dichtbij, een spaak gebroken.

Velgen

Salsa
Rad15 | STORM26 | velgmaat 622 | binnenbreedte 26 mm |
36 gaats, voor schijfremmen

Rad15 STORM26 velg

Rad15 STORM26 velg met Schwalbe Marathon Almotion band.

Waarom
Sterke velg voor een wiel met schijfremmen en 36 spaken, maat 622 voor wielen waarmee je stabiel en met een relatief lage rolweerstand fietst. De 26 mm binnenbreedte is geschikt voor de 50-622 banden.

Vittorio
Exal | SP19 | velgmaat 622, binnenbreedte 19 mm |
36 gaats, voor velgremmen

Waarom
Sterke velg voor een wiel met velgremmen en 36 spaken. De 19 mm binnenbreedte is geschikt voor 40-622 banden.

Achtergrond | Velgmaat
Bij fietsen waarmee je afstanden fietst is velgmaat 622 mm (’28 inch’) de norm. Die grote wielen zijn stabieler dan de kleinere 26 inch wielen die jaren geleden bij mountainbikes en bagagefietsen de standaard waren. Bij mountainbikes was dat omdat kleinere wielen wendbaarder zijn, bij bagagefietsen omdat 26 inch banden wereldwijd beter verkrijgbaar waren dan 28 inch banden. Dat is niet meer zo. Door de prettiger rij-eigenschappen hebben zowel mountainbikes als bagagefietsen de switch gemaakt naar 28 inch. Een groter wiel heeft een lagere rolweerstand dan een kleiner wiel omdat de vervorming van de band (die energie kost, zie bij Banden) in verhouding tot de totale band-omtrek kleiner is. Gevolg is dat minder fietsenmakers 26 inch banden in voorraad houden. Elsbeth en ik hadden destijds ieder een reserve 28-inch buitenband bij ons, een vouwband die onderin een fietstas paste. De Schwalbe Marathon Almotion is zo’n vouwband, die vanwege de lage rolweerstand en oké-lekbescherming veel door bagagefietsers wordt gekozen.

Achtergrond | Velgbreedte
Een velg heeft een bepaalde binnenbreedte, de ’26’ en ’19’ uit de type-aanduidingen ‘STORM26’ en ‘SP19’ staan voor de binnenmaat van de velg in millimeters. De binnenbreedte van een velg moet zijn afgestemd op de breedte van de banden waarmee je fietst. Een te brede band op een te smalle velg maakt dat de wangen van de band te zwaar belast worden en je fiets minder stabiel een bocht door gaat. Een te smalle band op een te brede velg is ook niet goed: de band beschermt de velg onvoldoende wanneer je een stoeprand raakt, de spleten tussen kasseien meepakt of langs keien dendert. Je kunt beter een band verspelen dan een velg. Een kapotte band vervang je in een paar minuten, bij een stukke velg moet het wiel opnieuw gespaakt worden.

Velgmaat en bandenmaat

  • De velgmaat wordt vaak weergegeven in inches, zoals 26 inch, 27,5 inch en 28 inch. Dat systeem wiebelt alle kanten op. Zo wordt de aanduiding met inches zowel voor velgen als complete wielen gebruikt. Een wiel met een 28 inch velg wordt een 28 inch wiel genoemd, maar met een band vanaf 50 mm wordt het ineens een 29 inch wiel, of die band nou 50 of 100 mm breed is (en 29 inch velgen bestaan niet). De aanduiding 27,5 inch is gekozen als maat die precies tussen de 26 inch en 29 inch in zit, terwijl een 27,5 inch wiel wat groter is dan een 26 inch wiel, maar een stuk kleiner dan een 29 inch wiel. Helder verhaal? Mmm. Logisch verhaal? Helemaal niet. Dan zijn er ook nog Franse aanduidingen waarvan helemaal niemand de logica snapt, zoals 700C of 650B. Overboord ermee. Een veel eenduidiger weergave van de velgmaat is het ETRTO systeem (European Tyre and Rim Technical Organisation), dat de diameter van de velg in millimeters uitdrukt. Dat zijn echte maten, die de onderlinge verhoudingen beter weergeven. Velgmaten bij fietsen voor volwassenen zijn 622 (28 inch), 584 (27,5 inch) en 559 (26 inch).
  • De bandenmaat wordt weergegeven in het ETRTO systeem en bestaat uit twee getallen, zoals 40-622. Het getal 40 geeft de breedte/hoogte van de band in millimeters weer, het getal 622 is de velgmaat waar de band op past.

Banden en spatborden

Banden

Salsa en Vittorio
Schwalbe | Marathon Almotion | V-guard (voor wiel met binnenband) |
50-622 (Salsa, kan nog een stuk breder als ik wil), 40-622 (Vittorio, bredere banden passen niet)

Landweg vóór Köthen (Anhalt), op de tocht In het spoor van Bach. De weg was in werkelijkheid niet zo erg als op de foto, hij was erger :-). Avontuur en daarom leuk fietsen, al heb ik na Köthen m’n fiets in een autowerkplaats afgespoten, door alle modder was remmen nauwelijks meer mogelijk.

Waarom
Fietsen over onverharde wegen doe ik steeds vaker: vrijwel geen autoverkeer, meer natuur en meer avontuur. De Schwalbe Marathon Plus en Energizer Plus banden waarop ik jarenlang fietste hebben een zeer goede lekbescherming, maar hebben op niet- of slecht verharde wegen een grote rolweerstand doordat het stugge loopvlak moeilijk vervormt. Daardoor stuiteren ze over stenen, randjes en hobbels en is het comfort beroerd. Ik ben daarom geswitcht naar de Schwalbe Marathon Almotion, die een stuk soepeler is – zij het met minder lekbescherming. Op mijn Bach-route, met honderden kilometers over niet- en slecht verharde wegen, heb ik ze kunnen uitproberen. Blijvers. De stenen op de weg voel ik nog wel, maar m’n fiets dendert en glijdt een stuk minder, de scherpe randjes zijn er zogezegd vanaf. Het comfort heb ik als merkbaar groter ervaren, vooral m’n handen, polsen en rug waren er blij mee.

Achtergrond
Aan een fietsband kun je een aantal eisen stellen: lage rolweerstand, comfortabel, geschikt voor de wegen waarover je fietst en – als het even kan – lekbestendig.

Rolweerstand is een belangrijke factor bij de keuze van een fietsband. De rolweerstand is de energie die het kost om de band bij het rollen te vervormen. Die wil je waarschijnlijk zo laag mogelijk houden, maar de opvattingen over hoe je dat het beste kunt doen zijn veranderd. Vergeleken met een aantal jaren geleden zijn fietsers – zowel bagagefietsers als wielrenners – met bredere banden gaan rijden. Het idee ‘hoe smaller de band, des te lager de rolweerstand’ is met pensioen gestuurd, de relatie tussen type band en rolweerstand blijkt anders te zijn:

  • Op een perfect effen weg is de grootte van het contactvlak tussen band en weg van invloed op de rolweerstand. Als je de bandenspanning verhoogt wordt het contactvlak met de weg kleiner, de vervorming van de band minder en de rolweerstand lager. Geen nieuws.
  • De vorm van het contactvlak heeft invloed op de rolweerstand. Bij (let wel) dezelfde bandenspanning is het contactvlak van een brede band even groot als dat van een smalle band, maar de vorm is anders. Bij een brede band is het kort en breed, bij een smalle band lang en smal. Het korte, brede contactvlak van de brede band geeft een lagere rolweerstand dan het smalle en lange contactvlak van de smalle band. Wel nieuws misschien.

Zo bekeken heeft de zoektocht naar de laagste rolweerstand een eenvoudige oplossing: kies voor een brede band (gunstige vorm van het contactvlak) met een heel hoge bandenspanning (klein contactvlak). In de praktijk is het echter ingewikkelder. Om te beginnen hebben bredere banden een lagere maximale bandenspanning: hoe breder de band, hoe minder hard je ‘m mag oppompen. Als tweede: het gunstige effect van een hoge bandenspanning werkt alleen op een perfect effen weg, zonder oneffenheden die de band vervormen. Zijn die oneffenheden er wel (klinkerweg, versleten asfalt) dan kost het vervormen van een hard opgepompte (dus stugge) band veel energie, met een hoge rolweerstand tot gevolg. In de fietspraktijk zijn wegen vrijwel altijd oneffen en is een band die gemakkelijk vervormt dus beter voor de rolweerstand. Brede banden hebben een lagere bandenspanning en voegen zich gemakkelijker naar oneffenheden. Voeg daarbij de gunstige vorm van het contactvlak en het grotere fietscomfort (grotere luchtkamer = meer vering) en je begrijpt waarom fietsers op bredere banden zijn gaan rijden. Zelf was ik na een ritje op de nieuwe fiets van Elsbeth (met 47-622 banden) meteen overtuigd. In de vorken van mijn Vittorio passen helaas geen bredere banden dan 40 mm, de Salsa heeft 50 mm’s (en kan banden tot 75 mm aan, met spatborden).

Anti-lek en anti-dender

De boosdoener bij die ene lekke band.

Het is fijn wanneer je fietsband een anti-lekvoorziening heeft, banden plakken of wisselen is gedoe en komt nooit op het goede moment. De banden van Schwalbe hebben wat lekbescherming betreft een ijzersterke en in de praktijk bewezen reputatie: in de jaren dat ik met de Marathon Plus en Energizer Plus banden reed heb ik tijdens 49.750 fietskilometers precies één lekke banden gehad. De bescherming bestaat uit een taaie kunststof laag onder het loopvlak, in meerdere varianten: hoe dikker de laag, hoe beter de bescherming. Waarom fietst dan niet iedereen, inclusief wielrenners, met banden met maximale lekbescherming? Antwoord: omdat lekbescherming ten koste gaat van rolweerstand en comfort. Hoe dikker de beschermlaag, hoe moeilijker de band vervormt en dus hoe groter de rolweerstand op een niet perfect effen weg. Op een oneffen weg gaat een fiets met stugge anti-lekbanden denderen en rammelen. Dat doet een aanslag op velgen, spaken en dragers. ‘Het rammelt alles kapot’ vertelde een fietsenmaker me. Nooit bij stilgestaan, maar ik herinner me de tocht naar Berlijn (op Marathon Plus banden) en hoe onprettig het fietsen over split en kasseien toen was.

Op m’n destijds nieuwe Vittorio had ik Schwalbe Marathon Plus banden laten zetten, de banden met de beste lekbescherming (blauwe anti-leklaag). Ik merkte dat die banden op tegel-fietspaden te stug waren om zich naar de tegelranden te vormen, waardoor ze de naden tussen de tegels gingen opzoeken. Een fiets die z’n eigen gang gaat voelt onveilig. Bij het oprijden van kleine randjes gleed, als ik niet uitkeek, m’n voorwiel weg – ook door de stugheid van de band. Ik ben zelfs een keer gevallen. Toen de Marathon Plussers versleten waren heb ik die vervangen door de Schwalbe Energizer Plus, met een dunnere, minder stugge (groene) anti-leklaag. Het rijgedrag ervan vond ik prettiger, verschil in lekbescherming heb ik niet gemerkt (het is bij die ene lekke band gebleven).

De Schwalbe Marathon Almotions waarmee ik nu rijd zijn nog soepeler en hebben – vooral op niet-verharde wegen – nog meer comfort. De lekbescherming ervan is kleiner dan bij de Energizer Plus, maar heeft me nog niet in de steek gelaten.

Eigenschappen van smalle en brede fietsbanden

Eigenschap (meer plusjes = gunstiger)Smalle bandBrede band
Rolweerstand (bij dezelfde bandenspanning)+++
Comfort+++
Gewicht+++
Wendbaarheid van het wiel+++
Vliegwiel-effect (hoe zwaarder het wiel, hoe groter dat effect)+++
Terreinvaardigheid+++

Spatborden

Salsa en Vittorio
SKS | Bluemels Basic | 28 inch | kunststof met aluminium versterking |
65 mm breed (Salsa), 45 mm breed (Vittorio).

Waarom
Spatborden voorkomen dat je bij modder of water op de weg (dat na de bui nog lang blijft liggen) eruit gaat zien als een veldrijder na een wedstrijd. Als wielrenner of mountainbiker boeit dat niet, je staat een paar uur later toch onder de douche terwijl de wasmachine draait. Bij bagagefietsers is die wasmachine er niet en is nat worden door opspattend water niet handig en ook niet bijzonder nuttig. Spatborden helpen ook bij werk aan de weg. Asfalteren gebeurt in sommige landen door eerst een laag pek op de weg aan te brengen en dan een laag grind. Plakfalt noemden wij dat op onze reis. Je banden nemen het grind-met-teer mee, waarna dat grind je om de oren vliegt. Spatborden houden het meeste teergrind uit je gezicht en van je kleren.

Aandrijving (drivetrain)

De aandrijving van een fiets bestaat uit een schakelmechanisme met verzetten, cranks met tandwiel(en) en een overbrenging tussen verzetten en tandwiel(en). Mijn Vittorio doet dat met een set-up van respectievelijk derailleurs met cassette, kettingbladen en een ketting. Bij de Salsa gebeurt dat met een versnellingsnaaf, twee tandwielen en een aandrijfriem.

Schakelmechanisme met verzetten

Vittorio
Schakelmechanisme: derailleurs | Shimano | Tiagra | 10-speed (achter), triple (voor)
Shifters | Shimano | Tiagra | geïntegreerd in de remgrepen

Waarom
Sterke no-nonsense derailleurs die horen bij, en goed werken met, de remgrepen en shifters op het stuur.

Achtergrond | XT of Tiagra
Shimano Deore XT (kortweg ‘XT’ genoemd) is een sterke en slijtvaste groep mountainbike-onderdelen. Toen ik de Vittorio bestelde wilde ik Shimano XT mountainbike-derailleurs, net als op m’n Snel, de fiets waarmee ik twee reizen gemaakt had. Die derailleurs waren na 45.000 kilometer nog steeds in orde, de slijtvastheid van XT hoorde wat mij betreft bij een bagagefiets. Maar bij de Vittorio kon dat niet. De geïntegreerde shifters-remgrepen (uit een race-groep) waren niet compatible met XT-derailleurs (uit een mountainbike-groep). Dus kreeg m’n Vittorio voor- en achterderailleurs uit de Shimano Tiagra race-groep. Dat vond ik maar zo-zo. Race-derailleurs op een bagagefiets, ging dat sterk en slijtvast genoeg zijn? Na 55.000 kilometer kan ik zeggen: ja. Met zowel XT als Tiagra heb ik probleemloos 45.000 of meer kilometers gefietst, zonder verschil te merken in slijtvastheid of functioneren bij modder of regen. Misschien komt dat omdat Tiagra een werkpaard is, een no-nonsense basisgroep. Bij onderdelengroepen betekent ‘beter’ niet altijd ‘sterker’. Soms zit het betere ‘m in een lager gewicht, dat het onderdeel minder robuust en minder slijtvast maakt. M’n Tiagra achterderailleur heeft wel XT derailleurwieltjes, die slijtvaster zijn dan de Tiagra-varianten.

Achtergrond | 10-speed
Een aandrijving met derailleurs heeft een bepaalde speed (zoals 10-speed) die bepalend is voor achterderailleur, rechter shifter, cassette en ketting. De ’10’ staat voor het aantal kransjes (tandwielen) waaruit de cassette (het tandwielcluster op het achterwiel) bestaat. Hoe meer kransjes een cassette heeft, des te dichter die kransjes op elkaar staan. De breedte van de ketting is daarop afgestemd, bij een 10-speed cassette hoort een 10-speed ketting, een 10-speed achterderailleur en een 10-speed rechter shifter. Je kunt ook kiezen voor een 9-speed, 11-speed of 12-speed aandrijving. Meer kransjes achter betekent dat de afstelling van de derailleur nauwer luistert. Het geheel is verfijnder, maar ook kwetsbaarder. Ik koos daarom voor de 10-speed middenmoter, die me altijd goed heeft gediend.

Achtergrond | triple
Ongeveer zo’n zelfde verhaal geldt ook voor de voorderailleur: die moet overweg kunnen met twee (double) of drie (triple) kettingbladen vóór en heeft een daarop afgestemde linker shifter.

Vittorio
Verzetten: cassette | Shimano | XT | 11-36 |
10-speed

Waarom
Bij een cassette is XT een logische keuze: ketting en cassette komen in aanraking met zand, modder en water. Daar slijten ze van, (extra) slijtvaste onderdelen hebben dan een meerwaarde.

Het bereik van 11 tot 36 tanden, verdeeld over 10 kransjes (10-speed), vind ik prettig fietsen. Als kleinste verzet heb ik 36 tanden achter, gecombineerd met de 26 tanden van het kleinste kettingblad vóór. Dat 26-36 verzet gebruik ik om bij de steilste klimmen met een aanvaardbare trapfrequentie (lees: zonder overbelasting van m’n knieën) boven te komen. Ik hoef zelden af te stappen omdat een klim me te bar wordt.

Salsa
Schakelmechanisme + verzetten | Rohloff | Speedhub 500/14 versnellingsnaaf | 36 gaats
Shifter | Rohloff

VNT deelbaar racestuur met Rohloff-shifter

Rohloff-shifter op de VNT deelbare drop bar van mijn Salsa.

Achtergrond versnellingsnaaf
Bij de Rohloff versnellingsnaaf zitten schakelmechanisme en verzetten samen in één met olie (en tandwielen) gevulde behuizing rond de achternaaf. Er zijn verschillende typen Rohloff’s (bijvoorbeeld voor 32 of 36 spaken, en voor verschillende inbouwbreedtes), maar het binnenmechanisme is altijd hetzelfde en bestaat uit 14 verzetten, waarbij de zwaarte-verhouding tussen het grootste en kleinste verzet 526 procent is (vandaar de naam 500/14). Schakelen gaat, net als bij een derailleursysteem, met een shifter op het stuur. De tandwielen in de behuizing zijn van staal (de naaf weegt 1,7 kilo) en gaan een fietsenleven mee (er zijn naven die de 200.000 kilometer zijn gepasseerd), mits je de olie elke 5000 kilometer of elk jaar ververst en daarbij de naaf eerst doorspoelt met spoelolie. Spoelen en verversen kun je zelf doen, Rohloff en fietsenwinkels verkopen kant-en-klare sets.

Achtergrond shifter
De shifter die bij een Rohloff versnellingsnaaf hoort bestaat uit een draairing die je over het stuur schuift. Die ringvorm is ontworpen met een recht of gebogen stuur voor ogen, de bocht van een standaard drop bar (racestuur) kan hij niet passeren. Daar zijn third party oplossingen voor, maar die schakelen (eigen ervaring) niet zo direct en storingsvrij als de originele Rohloff shifter. Daarom heb ik gekozen voor een VNT deelbare drop bar, waarbij je de shifter over het rechte uiteinde van een van de stuurhelften schuift.

Rohloff versnellingsnaaf

Rohloff versnellingsnaaf op m’n Salsa.

Redenen voor Rohloff

Toen ik in 2014 m’n Vittorio bestelde bestond de Rohloff-naaf al een tijd, maar had ik er nog onvoldoende vertrouwen in. In de loop der jaren ben ik overtuigd geraakt, met name door goede verhalen van langdurige gebruikers.

Nadelen
Nadelen zijn er ook. Vergeleken met een derailleursysteem:

  • maakt een Rohloff-naaf je fiets zo’n halve kilo zwaarder;
  • betaal je bij aanschaf ongeveer duizend euro meer;
  • zorgt de interne tandwieloverbrenging van de naaf voor een paar procent energieverlies (vergeleken met een goed onderhouden derailleursysteem).

Mijn redenen
Er zijn veel redenen om een Rohloff te kiezen in plaats van een setup met derailleurs. Dit zijn de mijne:

  • Ik kan met een aandrijfriem fietsen, exit ketting! Bij een achterderailleur kan dat niet, daar kan geen riem doorheen. Bij een fiets met derailleurs heb je het meeste werk aan de ketting, niet aan de derailleurs. Die hebben af en toe een druppel olie nodig op de scharnierpunten en moet je soms een beetje bijstellen, meer is het niet. In het schoonmaken en smeren van de ketting zit verreweg het meeste werk. Dat moet elke paar weken, op een tocht met regen en modder elke paar dagen. Ketting inspuiten met WD-40, schoontrekken met een doek, ketting smeren, olie afvegen, derailleurwieltjes ontkorsten. Met een riem hoeft dat niet meer. Ook geen kettingolie meer op kuiten, broeken en bed-ombouwen op krappe hotelkamers.
  • Op een gedeelde eerste plaats: veel minder afval. Niet alleen van versleten kettingen, kettingbladen, cassettes en derailleurwieltjes, maar ook van alle poetsdoeken, tissues, WD-40, kettingolie en alle verpakkingen waar dat in zit. Die afvalhoop is, gemeten over vele jaren fietsen, groot.
  • Minder onderhoud: een riem gaat langer mee dan een ketting, de twee tandwielen gaan langer mee dan kettingbladen en cassette, een Rohloff-naaf gaat net zolang mee als de hele fiets en heeft alleen elke 5000 kilometer nieuwe olie nodig. Minder slijtage, minder sleutelen, minder fietsenmaker.

Kosten op de lange duur
Een Rohloff-setup is op den duur goedkoper dan een aandrijving met derailleurs, maar de berekeningen op websites zijn gebaseerd op aannames die niet voor iedereen gelden. Ze gaan bijvoorbeeld uit van een levensduur van cassette en ketting van 3000-5000 kilometer, bij mij gaan die 9000-10.000 kilometer mee (Shimano XT, 10-speed). Ze gaan, bij een gebruiksduur van 50.000 kilometer, uit van het tussentijds moeten vervangen van derailleurs. Niet bij mij. M’n Snel had bij 45.000 kilometer nog de eerste derailleurs, net als m’n Vittorio bij (nu) 55.000 kilometer.

Het omslagpunt waarbij een setup met Rohloff-naaf en aandrijfriem goedkoper is dan eentje met derailleurs en ketting ligt volgens de genoemde berekeningen bij 40.000-50.000 kilometer. Dat is een heel eind fietsen. Wanneer je, zoals ik, langer doet met ketting, cassette en derailleurs verschuift het omslagpunt naar meer kilometers. Kostenbesparing vind ik daarom geen sterk argument voor een Rohloff. Wat de berekeningen wel laten zien is dat je de investering voor zo’n naaf (meerprijs is duizend euro) voor een groot deel terugverdient. Als je geen kilometervreter bent betaal je onder de streep meer, maar daar krijg je veel voor terug. Alle afval van versleten materiaal, poetsdoeken en verpakkingen dat je niet meer de wereld in stuurt. Veel minder onderhoud, zorgeloos door regen en modder rijden, nooit meer ketting smeren.

Cranks en tandwiel(en)

Salsa
Cranks | Middleburn | RS7 | 175 mm
Tandwiel vóór | 46 tanden
Tandwiel achter | 22 tanden

Achtergrond
Bij een Rohloff set-up loopt de ketting of riem over twee tandwielen: eentje op de achternaaf en eentje aan de rechter crank. Met de keuze van de tanden-verhouding tussen die twee tandwielen kun je regelen hoe zwaar of licht de 14 Rohloff-versnellingen zijn. Zie het als een ladder die altijd even lang is (het bereik tussen versnelling 1 en versnelling 14 is altijd hetzelfde, de tussenstappen zijn altijd even groot), maar die je dichter bij de grond (de hele set van 14 wordt lichter) of juister verder daar vanaf (de hele set wordt zwaarder) op kunt hangen. Hoe kleiner de verhouding tussen beide tandwielen, hoe lichter de versnellingen zijn. Rohloff schrijft voor dat de verhouding tussen voor- en achtertandwiel bij een solofietser (niet-tandem) minimaal 1,9 moet zijn. Ik heb gekozen voor een verhouding van 2,09 (46-22), die maakt dat de kleinste versnelling anderhalve stap lichter is dan de kleinste versnelling op de Vittorio. Beter voor m’n knieën.

Vittorio
Cranks | Shimano | XT |
Kettingbladen | drie (triple) | 48-36-26 tanden

Achtergrond
Ik had genoeg gehad aan de kettingbladen met 36 en 26 tanden, het blad met 48 tanden gebruik ik niet. Triple crankstellen zijn aan het verdwijnen. De meeste bikepackers, gravelrijders en mountainbikers rijden met een enkel kettingblad vóór in combinatie met een grote 11- of 12-speed cassette achter: 1×11 of 1×12. Dat scheelt een voorderailleur. Voor een bagagefiets heeft dat ook nadelen. Een enkel blad + cassette heeft veel minder combinaties (12 stuks bij een 1×12 set-up) dan drie bladen + cassette (30 bij een 3×10 set-up). Die 30 combinaties gebruik je lang niet allemaal (omdat de ketting dan te scheef loopt of omdat bepaalde combinaties dezelfde verhouding en dus verzet hebben), maar het voordeel van meer combinaties is dat de stappen tussen de verzetten kleiner zijn. Dat biedt meer mogelijkheden om de ideale trapfrequentie te kiezen. Bovendien offer je bij een enkel kettingblad de grootste en kleinste verzetten op van een set-up met twee of drie kettingbladen. Grote verzetten boeien niet bij een bagagefiets, kleine verzetten wel. Die heb je nodig als je met een volle fiets de berg op moet.

Gates Carbon Drive belt CDX

Gates Carbon Drive CDX aandrijfriem met de twee tandwielen.

Overbrenging

Salsa
Aandrijfriem | Gates | Carbon Drive belt | CDX |
118 tanden

Waarom
De mogelijkheid van een aandrijfriem is voor mij de belangrijkste reden om een Rohloff versnellingsnaaf te kiezen. Aan derailleurs heb je weinig werk, aan een ketting alleen maar. Een aandrijfriem roest niet, hoef je niet te smeren, laat geen vlekken achter op kuiten en broeken en gaat langer mee dan een ketting. Hij is licht genoeg om een reserve-exemplaar mee te nemen wanneer je langer weggaat of in afgelegen gebieden fietst.

Achtergrond
Carbon Drive aandrijfriemen van Gates zijn er in meerdere versies en in meerdere lengtes (aantal tanden). De CDX-versie is de heavy duty riem voor bagagefietsen. Het aantal tanden hangt af van de afstand tussen trapas en achternaaf en van welke tandwielen er gemonteerd zijn. Wil je een reserveriem meenemen (of een kapotte riem zelf vervangen), check dan of je een riem van de juiste versie en met het juiste aantal tanden bestelt.

Vittorio
Ketting | Shimano | XT |
10-speed

Speed, verzetten en versnellingen

Een verzet (‘versnelling’) is een tanden-verhouding tussen een kettingblad (voor) en een kransje (achter). Met die verhouding leg je bij een volledige pedaalomwenteling een bepaalde afstand af. Bij een klein verzet is dat een kleine afstand, bij een groot verzet een grote afstand. Het gaat daarbij om de verhouding tussen het aantal tanden: 48-16 is effectief hetzelfde verzet als 36-12. Met drie kettingbladen en een 10-speed cassette heb je in theorie 30 verzetten, maar omdat een aantal verhoudingen (ongeveer) dezelfde zijn en omdat bij bepaalde combinaties de ketting erg schuin loopt (= grote slijtage, die je moet vermijden) is dat aantal in werkelijkheid kleiner: zo’n 15 in mijn ervaring. De speed (zie Aandrijving) bepaalt het aantal kransjes waaruit een cassette bestaat, welk bereik die cassette heeft kun je – binnen zekere grenzen – zelf kiezen.

Past of past niet

Race-shifters werken niet altijd (maar soms wel) in combinatie met mountainbike-achterderailleurs. Met een klik van de rechter shifter verplaats je de achterderailleur een stap naar links of naar rechts. Die stap moet precies even groot zijn als de afstand tussen twee kransjes (tandwielen) van de cassette, anders legt de derailleur bij het schakelen de ketting niet goed op het naastgelegen kransje. Bij race-shifters en mountainbike-achterderailleurs zijn die stappen niet altijd dezelfde. Kijk hier voor een uitgebreide gids over wat wel en niet werkt als je een combi wilt van race-shifters en mountainbike-derailleurs, bijvoorbeeld wanneer je een drop bar (racestuur) wilt op je mountainbike, bikepackingfiets of bagagefiets – zoals ondergetekende.

Pedalen

MKS Allways pedaal.

Salsa en Vittorio
Plateau-pedalen | MKS | Allways

Waarom
Gelijkmatige ondersteuning van m’n voeten (geen drukpunten), door pinnetjes goede grip voor m’n schoenen, perfect gelagerd.

Achtergrond
Plateau-pedalen passen beter bij wat ik als bagagefietser doe dan klikpedalen. Wielrenners en mountainbikers fietsen met klikpedalen om hun voeten te fixeren zodat, wanneer ze op de pedalen gaan staan of extra kracht zetten, ze niet bang hoeven te zijn dat hun voeten van de pedalen schieten. Ook kun je met het geheel van benen-voeten-pedalen een beetje sturen. En de meest genoemde reden: met een gefixeerde voet kun je aan het pedaal trekken bij de opwaartse beweging van je been.

Of dat laatste winst oplevert is de vraag. Fiets-kenniscentrum Global Cycling Network (GCN) was daar benieuwd naar en voerde in samenwerking met de universiteit van Bath een experiment uit waarbij een wielrenner twee identieke rolbank-testritten reed, een met klikpedalen (Engels: clipless pedals) en een met plateau-pedalen (Engels: flat pedals). Door het meten van de verzuringsgraad en hartslag kon iets gezegd worden over welk pedaal-type efficiënter was. De uitkomst verraste zowel onderzoekers als renner: het maakte niets uit. Bekijk hier het experiment en hier een praktijktest.

Voordelen
Ik heb niets aan klikpedalen. Ik kom niet uit het zadel – met de juiste verzetten hoeft dat ook niet – en stuur niet met m’n voeten. Door pinnetjes op de pedalen bewegen m’n schoenen geen millimeter, ook niet als ik kracht zet. Wat overblijft, efficiencywinst (geen of ten minste twijfelachtig), vind ik niet interessant – ik fiets geen wedstrijden. Daar tegenover staan de voordelen van plateau-pedalen:

  • Ik kan m’n voeten verplaatsen. Onderweg doe ik dat regelmatig, prettig voor spieren en bloedsomloop.
  • Vrije schoenkeuze. Ik fiets met wandelschoenen van SCARPA, van mei tot oktober een lage variant, van november tot april (kou, nat gras) een waterdichte halfhoge. Als het warm is fiets ik met Teva-sandalen: koel, geen sokken nodig en bij douches doen ze dienst als slippers.
  • Gewone schoenen lopen lekkerder op alle momenten dat ik niet op de fiets zit: winkels, pauzes, ’s morgens bij de tent, ’s avonds bij de tent. Omdat bij een klikpedaal het contactpunt tussen schoen en pedaal klein is moet, om een drukpunt te voorkomen, de schoenzool van een klikpedaal-schoen hard en onbuigzaam zijn. Dat fietst goed, maar loopt ruk. Bij een plateau-pedaal is het contactvlak veel groter en is de zool van een gewone wandelschoen stevig genoeg. Dat fietst én loopt goed.
  • Direct voeten aan de grond. Wanneer je moe bent klik je trager uit (ik heb genoeg renners zien vallen), in druk stadsverkeer wil ik niet vastzitten. Ik ben een keer op Sumatra (fietsend met toeclips) bij een stoplicht met fiets en al tegen de vlakte gegaan. Nooit meer. Onderweg moeten m’n voeten zo vrij zijn als ik.
  • Minder snel koude voeten. Een klikpedaal werkt pas goed als fietsschoenen strak zitten (zodat voet, schoen en pedaal zo goed als één geheel vormen). Doorbloeding van je voeten werkt pas goed als dat niet zo is. Daarom hebben wielrenners in de winter altijd koude voeten. Voor warme voeten moet je dikkere sokken kunnen dragen en mag, om de bloedsomloop niet te hinderen, de schoen niet te strak zitten.

Misschien moet ik nog even zeggen dat ik plateau-pedalen op een bagagefiets een goed idee vind. Net als deze dames trouwens.

Stuur, stuurbekleding, stuurpen

Stuur

Salsa
Drop bar | VNT | Elements,
deelbaar, breedte 44 cm

Vittorio
Drop bar | BBB Cycling | BHB-33 ErgoBar,
breedte 42 cm

Racestuur, wegstuur, drop bar

Het stuur met aan beide kanten een bocht naar beneden (Engels: drop) heet vanouds ‘racestuur’, omdat het in eerste instantie alleen op racefietsen werd gemonteerd. ‘Wegstuur’ is een andere benaming. Anno nu zie je dit type stuur ook op bagagefietsen, gravelbikes, bikepackingfietsen en zelfs op mountainbikes. Bikepacken, off-road/gravel rijden of fietsen met bagage heeft niets met racen te maken, de Engelstalige aanduiding ‘drop bar’ is daarom neutraler dan ‘racestuur’ of ‘wegstuur’.

Waarom
Ik fiets met drop bar om de comfortabele en natuurlijke positie van m’n handen en polsen, die ik lang kan volhouden en waarbij ik direct bij remgrepen en shifters kan; meerdere handposities mogelijk; stuurbreedte die afgestemd is op m’n schouderbreedte en die m’n schouders zo min mogelijk belast.

Stuurtype en bovenbuislengte

Stuurtype en bovenbuislengte.

Achtergrond | Niet zomaar een onderdeel
Het stuur is een van de drie contactpunten tussen jou en je fiets. Anders dan bij pedalen of zadel kun je het type stuur niet zomaar wisselen:

  • De geometrie van een fietsframe is afgestemd op een bepaald stuurtype: recht/gebogen of drop bar. Een frame dat bedoeld is voor een fiets met drop bar heeft een kortere bovenbuis dan een frame voor een recht of gebogen stuur (illustratie rechts). Het veranderen van stuurtype heeft tot gevolg dat je (bij gebruik van dezelfde stuurpen) ineens verder of minder ver moet reiken. Je fietshouding verandert, misschien wordt die minder comfortabel dan in de oorspronkelijke configuratie. Je kunt dat compenseren met een andere stuurpen-lengte, maar daarmee verander je ook het stuurgedrag van de fiets.
  • Op een recht of gebogen stuur zitten remgrepen uit een mountainbikegroep, op een drop bar zitten remgrepen uit een race- of gravelgroep. Bij een fiets met derailleur(s) geldt dat ook voor de shifter(s). Die zijn niet uitwisselbaar, het een past niet op het ander. Wissel je van stuur, dan moet je dus ook van shifters en remgrepen wisselen. Soms ook nog van derailleur(s), want mountainbike-shifters zijn soms wel, soms niet compatible met race/gravelderailleurs en andersom.

Achtergrond | Typen stuur
In grote lijnen zijn er drie typen stuur waaruit je kunt kiezen: recht stuur, gebogen stuur of drop bar.

Een recht stuur is een hefboomstuur, voor maximale stuurkracht in het terrein. De standaard positie van je handen is als op een rekstok: horizontaal, met de duimen naar beneden. In die positie kun je de meeste zijdelingse draaikracht uitoefenen, onmisbaar op paden waar boomwortels en stenen het stuur uit je handen kunnen slaan. Daarom hebben mountainbikes rechte sturen. Om echt als hefboom te kunnen werken moet een recht stuur breder zijn dan je schouders, is het dat niet dan verliest het z’n belangrijkste pluspunt en ben je beter af met een ander type stuur.

Voor maximale stuurkracht is een recht stuur onovertroffen, wat comfort betreft is het een onding. Dat heeft twee oorzaken. De eerste is dat bij een recht stuur je handen, in de rekstok-positie en ver uit elkaar, een knik naar binnen maken. Door die knik gaan na verloop van tijd je polsgewrichten irriteren. Rechte sturen hebben daarom bar ends, gebogen metalen buizen aan de uiteinden van het stuur, waarbij je handen in een natuurlijker en voor je gewrichten minder belastende positie staan. Comfortabeler, maar niet veiliger: je handen kunnen niet bij de remgrepen. Een tweede oorzaak is dat je uitgestrekte armen bij een breed recht stuur een omgekeerde ‘V’ maken. Dat geeft een grotere belasting van je schouders dan wanneer je armen recht naar beneden wijzen, zoals bij een gebogen stuur of drop bar. Probeer maar: steun op je handen in de houding waarin je push-ups maakt, armen recht naar beneden. Verplaats dan je handen naar buiten, zodat je armen een omgekeerde ‘V’ maken, en voel het verschil in spanning op schouders en bovenarmen. Kies, opgeteld, een recht stuur wanneer de noodzaak van extra stuurkracht opweegt tegen het verlies aan comfort.

Het handvat van een gebogen stuur past bij de steunpunten van je handpalm.

Jones Loop H-bar (hier zonder stuurtape), met meerdere posities voor je handen. Voorbeeld van een ‘alt bar’, gebogen stuur.

Een gebogen stuur is een comfortstuur. Door de hoek van de handvatten sluiten die aan op de plekken op je handpalm die de meeste druk kunnen verdragen. Je handen staan daarbij in een natuurlijke positie, die ze lang vol kunnen houden. De meeste stads- en recreatiefietsen hebben daarom een gebogen stuur.

Door de bocht in het stuur staan je handen wat dichterbij dan bij een recht stuur, waardoor je fietshouding meer rechtop is. Veel fietsers ervaren dat als comfortabel. Omdat je minder op je armen leunt, is de omgekeerde ‘V’ die je armen ook bij een gebogen stuur maken minder belastend voor je schouders dan bij een recht stuur. In Nederland (en in Duitsland) hechten we nog sterk aan rechte sturen, maar gebogen sturen winnen aan populariteit. In het Engelse taalgebied staan ze bekend als alt bars, ‘alt’ van alternative, alternatieven voor flat bars (rechte sturen) en drop bars. Voorbeelden zijn de Jones Loop H-bar, de Koga Alee Denham bar of de Surly Moloko, allemaal hier verkrijgbaar.

Een drop bar is een afstandenstuur. Net als bij een gebogen stuur sluit de positie van je handen aan op een natuurlijke stand ervan: laat je armen langs je lichaam hangen, ontspan je spieren en kijk naar de stand van je handen. Die stand, met de duimen naar binnen, hebben je handen op de remgrepen van een drop bar. Je handen houden die positie lang vol. Een drop bar heeft meerdere hand-posities, waaronder een ‘onderin-positie’ op het onderste deel van de bocht, voor een fietshouding met minder luchtweerstand. Die onderin-positie zul je als bagagefietser niet vaak gebruiken. Zelf gebruik ik ‘m nooit, het comfort van de remgreep-positie is voor mij de reden dat ik met een drop bar fiets. De breedte van een drop bar is afgestemd op de breedte van je schouders, een rijpositie waarin je armen min of meer recht naar beneden wijzen belast je schouders en bovenarmen het minst. Door het comfort voor handen, polsen en schouders is de drop bar sinds jaar en dag het stuur van afstandenfietsers.

Stuurtypen in perspectief
Dus, welk stuur wordt het? Laat een groep fietsers elk drie proefritten maken, op drie verschillende fietsen: met een recht stuur, met een gebogen stuur en met een drop bar. De proefrit duurt een hele dag, waarvan een uur door stadsverkeer en een uur bergop-bergaf (opgeteld twee uren met veel remmen en schakelen) en de rest over een mix van bospaden, gravel en asfalt. Vraag ze na afloop op welk van de drie fietsen ze een vierde proefrit zouden willen maken. Ik voorspel je dat de fiets met het gebogen stuur de winnaar is. Comfort wint het wanneer je uren in het zadel zit.

Toch hebben de meeste Nederlandse bagagefietsen een recht stuur. Dat is meer een kwestie van traditie dan van een functionele, voor bagagefietsers logische keuze. De noodzaak van extra stuurkracht is er niet op de wegen en paden naar Berlijn, Rome of Kathmandu. Zeker, op tochten met bagage kom je behalve asfalt ook gravel, boswegen, zandpaden en Duitse Waldwege tegen. Maar dat is allemaal fietsbaar met gewone stuurkracht. En áls je eraf moet, is dat niet omdat het sturen te zwaar gaat, maar omdat – door alle spullen die je bij je hebt – je fiets zich vastrijdt of de keien je te groot worden.

Waar het, samengevat, op neer komt is dat bagagefietsers bij de keuze van het stuur comfort kunnen verkiezen boven extra stuurkracht. Dan ben je het beste af met een gebogen stuur of drop bar. Kies voor een stuur waar je handen, armen en schouders blij van worden en – op de lange fietsdagen die je als bagagefietser maakt – blij mee blijven, zonder de noodzaak van hulpstukken. Een stuur met het comfort dat op een stadsfiets zo vanzelfsprekend is.

Grab On foam racestuur en Newbaum's stuurlint

Links het Grab On schuim (bij het vervangen van een stuk stuurlint), rechts Newbaum’s stuurlint.

Stuurbekleding

Salsa en Vittorio
Schuim met stuurlint | Grab On (schuim), Newbaum’s (stuurlint)

Waarom
Drop bars hebben geen grepen of handvatten zoals rechte en gebogen sturen en zijn daarom voorzien van stuurlint. Alleen stuurlint geeft mij niet genoeg demping, daarom is mijn stuur bekleed met hulzen van schuim die je over het stuur heen schuift. Grab On maakt het sterkste schuim. Nadeel van alleen schuim is dat het in de warmte zweterig aanvoelt en onder invloed van UV-licht hard en brokkelig wordt. Daarom bekleed ik het schuim met stuurlint, dat zweet absorbeert, prettig aanvoelt en het schuim beschermt tegen UV-licht. Newbaum’s maakt sterk katoenen stuurlint in veel kleuren (1 rol per kant is genoeg).

Stuurpen

Salsa
Ritchey Comp |
80 mm

Vittorio
Ahead |
100 mm

Waarom
Stuurpennen zijn er in verschillende lengtes, waardoor je de afstand zadel-stuur kunt aanpassen. Realiseer je wel dat je met het verkorten of verlengen van de stuurpen het stuurgedrag verandert. Een korte stuurpen stuurt directer dan een lange stuurpen. Een stuurpen van 60-80 mm is gangbaar.

Remmen, remgrepen, remkabels

Avid BB7S Road schijfremmen

Avid BB7S Road schijfremmen.

Remmen

Salsa
Avid | BB7S Road |
mechanische schijfremmen

Waarom
Schijfremmen remmen directer, sparen de velgen en remmen beter bij nat weer of natte wegen. Mechanische schijfremmen hoeven niet bijgevuld of ontlucht te worden, zoals hydraulische schijfremmen. Vergeleken met hydraulische remmen is het simpeler techniek die – mocht het onderweg mis gaan – eenvoudiger zelf af te stellen en te repareren is.

Achtergrond
(zie kadertekst)

Vittorio
Tektro | mini V-brakes |
mechanische velgremmen

Waarom
Omdat ze beter remmen dan de cantilever-remmen die m’n Vittorio bij aankoop had. Voor gewone (niet-mini) V-brakes is op mijn fiets geen ruimte.

Tektro mini V-brakes.

Achtergrond
Cantilevers remmen goed, ze zijn sterk en er kan nauwelijks iets stuk aan. Dat zijn handige eigenschappen als je lange en verre tochten maakt. M’n vorige bagagefiets had ook cantilevers, daar was ik tevreden over, dus ook m’n Vittorio kreeg ze.

Het remgevoel bij m’n Vittorio was echter ‘sponzig’, in afdalingen moest ik (te) hard knijpen om voldoende te remmen. Op m’n tocht naar Parijs merkte ik dat pas goed, na thuiskomst ben ik op zoek gegaan naar betere velgremmen.

Ik kwam uit op mini V-brakes in combinatie met Jagwire remkabels. Sindsdien heb ik over remkracht niets meer te klagen. De overstap naar schijfremmen was niet mogelijk, daar waren de vorken van het frame niet op berekend. Ik had bovendien andere naven moeten kopen (met bevestigingspunten voor de remschijven) en dus twee nieuwe wielen moeten laten spaken.

TRP RRL SR remgrepen

TRP RRL SR remgrepen.

Remgrepen

Salsa
TRP | RRL SR
Remgrepen voor een drop bar, zonder geïntegreerde shifters

Vittorio
Shimano Tiagra | triple (links), 10-speed (rechts)
Remgrepen voor een drop bar, met geïntegreerde shifters

Waarom
Shimano Tiagra is een sterke no-nonsense racegroep (zie ook bij Aandrijving). Ik was bij aanschaf van de Vittorio vooral benieuwd hoe robuust de shifters zouden zijn (met remgrepen gaat niet zo snel iets mis). Zouden die shifters na vele kilometers nog steeds goed klikken en schakelen? ‘Ja’ kan ik inmiddels (na 55.000 kilometer) antwoorden, ik heb er nooit omkijken naar gehad.

Remkabels

Salsa en Vittorio
Jagwire buiten- en binnenkabels

Waarom
Jagwire buitenkabels vervormen minder snel, waardoor er meer remkracht op de remmen wordt overgedragen.

Avid BB7 MTB schijfremmen

Avid BB7 MTB mechanische schijfremmen op mijn ligfiets.

Schijfremmen en velgremmen, mechanisch of hydraulisch

Velgremmen of schijfremmen
Een schijfrem remt niet per se beter dan een goede velgrem (voor de liefhebbers: zie dit artikel), een schijfrem remt vooral anders. Velgremmen verdwijnen stilaan op bagagefietsen, op bikepackingfietsen kom je ze helemaal niet meer tegen. Waarom is dat? Eigenschappen en verschillen:

  • Een velgrem knijpt in de velg, een schijfrem in een remschijf. De omtrek van een remschijf is veel kleiner dan die van een velg, om binnen dezelfde afstand stil te staan moet een schijfrem veel harder knijpen. De kracht die een schijfrem-klauw uitoefent is groter dan die van een velgrem. Die grotere kracht komt op de vorken te staan, die daarop berekend moeten zijn.
  • Door de grote kracht van de remklauw op een remschijf is een natte remschijf sneller drooggeremd dan een natte velg. Bij regen (en natte wegen) remt een schijfrem directer en beter.
  • Schijfremmen grijpen eerder aan dan velgremmen en geven meer remcontrole.
  • Schijfremmen zijn zwaarder dan velgremmen.
  • Velgen en remschijven slijten door het remmen. Modder en zand versnellen dat slijtageproces. Een versleten remschijf is eenvoudiger te vervangen dan een versleten velg, waarbij het wiel opnieuw gespaakt moet worden.
  • Bij een velgrem staat de remkracht op de velg, bij een schijfrem staat die kracht ook op naaf-flenzen en spaken.
  • Een verkeerde tik of val kan een remschijf vervormen. Een remschijf die niet vlak meer is loopt aan en moet worden vervangen.

Voor een fiets die vaker in aanraking komt met zand en modder en ook in de regen goed en direct moet kunnen remmen zijn schijfremmen een logische keuze. Het gewichtsverschil met velgremmen is te overzien, de kwetsbaarheid van remschijven is in de praktijk geen thema. Ik had ervaring met mechanische schijfremmen op mijn ligfiets, bij het samenstellen van de Salsa twijfelde ik daarom niet: die kreeg ze ook.

Het op den duur door de velg heen remmen van een velgrem is overigens geen indianenverhaal: op m’n Snel is me dat overkomen, gelukkig op een trainingsrondje in Nederland. Bij m’n Vittorio was dat bijna gebeurd, op tijd ontdekt bij een onderhoudsbeurt. De Snel-velg begaf het na 37.675 kilometer, de Vittorio-velg bleek op na 34.000 kilometer. Zo heel snel gaat dat dus ook weer niet.

Mechanisch of hydraulisch
Een hydraulische rem remt beter dan de mechanische variant van dezelfde rem. ‘Beter’ is hier de vijand van ‘goed’, over de remkracht van de mechanische remmen op mijn Salsa (schijf) en Vittorio (velg) heb ik niets te klagen, terwijl er aan hydraulische remmen een nadeel kleeft: ze moeten van tijd tot tijd ontlucht en bijgevuld worden. Ik heb het onze fietsenmaker zien doen bij de fietsen van wielrennende zoon Dirk, dat is geen klusje van vijf minuten, dat is niet iets dat ik onderweg zou willen doen. Wanneer je een paar weken weggaat heb je, bij een controlebeurt vóór vertrek, geen omkijken naar je hydraulische remmen. Op een langere tocht komen ontluchten en bijvullen een keer voorbij. Een mechanische rem is minder kwetsbaar en hoeft niet ontlucht en bijgevuld te worden, bijstellen bij gesleten of nieuwe remblokjes is in drie minuten gebeurd en zelf eenvoudig te doen – ook onderweg. Daar houd ik van.

Terry Fisio zadel.

Zadel

Salsa en Vittorio
Terry | Fisio Gel Touring Comfort | Max (brede variant) | men |
gelzadel

Waarom
Comfortabel en met stevige ondersteuning. Een zadel waarop ik lange fietsdagen kan maken zonder de noodzaak van een dikke zeem.

Achtergrond
Mijn zadel moet dusdanig comfortabel zijn dat ik er tot 80 kilometer (de meeste ‘doordeweekse’ ritten zijn niet langer dan dat) op moet kunnen fietsen zonder dat m’n achterwerk om een zeem vraagt. Bij wielrenners komt het zitcomfort van hun fietsbroek, niet van het zadel omdat een minimalistisch zadel plus dikke zeem veel lichter is dan een comfortabel zadel plus dunne zeem. Maar die wielrenner komt onderweg niet van z’n fiets, terwijl het bestaan van een bagagefietser zich ook naast het zadel afspeelt: pauzes, supermarkt, wildkampeerplek, camping. Dan wil ik niet rondlopen met een fietsbroek die voelt als een luier, die fietsbroek wil ik liefst helemaal niet voelen. Met een comfortabel zadel heb ik op tochten met lange dagafstanden genoeg aan een dunne zeem. Bij warmte gaat een dikke zeem broeien. De vrouwen waarmee ik de twee reizen (grotendeels door Azië) heb gemaakt, hebben onderweg beiden hun fietsbroeken de laan uitgestuurd en zijn verdergegaan in gewoon ondergoed. Zelf fiets ik met fietsonderbroeken van een goed vochtdoorlatende stof en met een dunne zeem. Ik kan ze onder elke broek dragen, bij warmte broeien ze niet. Ik heb goede ervaringen met de Gonso Sitivo U (U van Unterwäsche), versie met de groene zeem (zie ook hier). Gonso’s vallen klein, ik heb daar een maat groter in dan normaal.

Op m’n vorige bagagefietsen zat een leren Brooks zadel, dat het nadeel heeft dat het gevoeliger is voor water. Een nat leren zadel kan gaan uitrekken. Of dat echt een probleem is weet ik in alle eerlijkheid niet, ik hoor er weinig Brooks-rijders – waaronder ook fietsers die de wereld over gaan – over. Met een gelzadel mag het in elk geval regenen zonder dat er bij een stop een plastic zak overheen hoeft.

Dragers

Tubus Vega Evo achterdrager

Tubus Vega Evo achterdrager.

Achterdrager

Salsa
Tubus | Vega | Evo (van ‘Evolution’, er is ook een Classic versie) |
chromoly-staal

Waarom
Sterk (chromoly-staal), stabiel en minimalistisch. De bovenkant is smaller dan de onderkant, waardoor de tassen iets schuin (stabieler) tegen de drager liggen. Met bevestigingspunt voor een achterlicht.

Achtergrond
Bij een achterdrager lijken meerdere ophangmogelijkheden een pluspunt, maar het maakt een drager onnodig zwaar. Ik heb toch echt maar één stang per kant nodig om een tas aan te hangen, de rest is alleen gewicht. Bij de Vega hangen de tassen relatief hoog, zodat ze zo min mogelijk in aanraking komen met struikjes en opspattende modder.

Een beladen achterdrager krijgt door trillingen en schokken op oneffen wegen en door het heen en weer bewegen van de fiets te maken met veel wisselende belastingen. Staal kan daar beter tegen dan aluminium (zie ook hier) omdat het minder snel last heeft van vermoeiing (metaalmoeheid). Met een normale hoeveelheid bagage en fietsend op redelijk effen wegen – asfalt of gravel – is de kans klein dat je een aluminium achterdrager breekt. Neem je meer mee en fiets je ook op slechte wegen – asfalt of onverhard – met geribbel en gedender, ga dan voor staal. In die omstandigheden is staal betrouwbaarder, al is zo’n drager wat zwaarder (voorbeeld: mijn Tubus Vega Evo weegt 600 gram, de titanium versie weegt 360 gram). Mócht een stalen drager breken, dan kan hij onderweg op veel plaatsen gelast worden. Aluminium lassen is lastiger dan staal.

Vittorio
Vittorio (wordt niet meer gemaakt) |
chromoly-staal

Waarom
Sterk (chromoly-staal) en stabiel. De Vittorio achterdrager is aan de bovenkant smaller dan andere dragers, waardoor de achtertassen schuin tegen de zijkanten van de drager hangen. Dat maakt het geheel smaller en stabieler. Vittorio is een ander bedrijf geworden dat nog steeds fietsen bouwt, maar geen achterdragers.

King cage Manything Cage

King cage Manything Cage.

Voordrager

Salsa en Vittorio
King Cage | Manything Cage
titanium

Waarom
Hyperlicht titanium, zeer stabiel, drie bevestigingspunten. Geschikt om een waterdichte zak (of waterfles, of wat dan ook) op je vork vast te zetten.

Achtergrond
Op de meeste tochten van de afgelopen jaren past alles (behalve de condens-natte tent, die ik niet in een tas met andere spullen wil hebben) in twee achtertassen. Voortassen en voordragers heb ik niet nodig. Op wintertochten als naar Stavanger, waarop m’n dikke winterslaapzak, donsjas en andere warme kledinglagen mee moeten, neem ik voor extra ruimte twee waterdichte zaken (drybags) mee (Sea to Summit, Big River dry bag, 8 liter, 160 gram), die ik elk met twee Voile straps (kijk hier voor een uitleg van wat Voile straps zijn) aan een Manything Cage op de voorvork vastsnoer. De loggere setup die ik eerst had – twee Ortlieb voortassen en Tubus Duo voordragers – klappert op onverharde wegen en is een stuk zwaarder: 2 Manything Cages, 2 Big Rivers en 4 Voile straps wegen samen 570 gram. M’n Ortlieb voortassen wegen elk 840 gram, een Tubus Duo voordrager 280 gram. In totaal 2240 gram, zonder dat er iets in zit. Neu.

Wanneer je toch wilt fietsen met voordragers en voortassen is de Tubus Duo (chromoly-staal) licht, sterk en functioneel. Simpeler kan een voordrager niet zijn.

Flatlandsfjord (N), op weg naar Stavanger, april 2023. Op de achterdrager ligt m’n winterslaapzak, op de voorvork zit aan weerszijden een drybag voor extra ruimte. De rode straps zijn Voile straps, van ijzersterk en rekbaar polyurethaan.

Verlichting

Salsa en Vittorio
Voor | SON Edelux II (bij de Vittorio met Idworx steun)
Achter | SON, met reflector

Waarom
Voor | Geeft een enorme bak licht, waarmee het tijdens ritten in het donker fijn en veilig fietsen is. De afgebakende lichtbundel heeft weinig strooilicht, waardoor hij (goed afgesteld) tegemoetkomende fietsers niet verblindt. Aluminium, volledig waterdicht en met Aan-Uit-Automatisch standen. Is er ook in andere kleuren.

Achter | Waterdicht, minimalistisch, genoeg licht. Ook in andere kleuren.

SON verlichting op m’n Vittorio. De zwarte steun van de Edelux II (koplamp, links) is van Idworx.

Omvormer/lader

Salsa en Vittorio
Forumslader |
Forumslader Pro (Salsa)
Aheadlader, 19Wh (Vittorio)

Forumslader

De Forumslader Aheadlader op de Vittorio. Bovenaan zit de USB-A aansluiting, de stippellijn geeft aan waar de lader is ingebouwd in de balhoofdbuis. Rechts de lader met de afsluiter van Peerenboom (in gesloten positie, zie verder de video).

Waarom
Op een tocht ben ik het liefst zo autonoom mogelijk. Met wild kamperen ben ik niet afhankelijk van de beschikbaarheid van campings, maar waar ik niet onderuit kan is dat m’n telefoon, gps en videocamera-accu’s regelmatig moeten worden opgeladen. Dat kan met een dikke powerbank, maar ook die moet een keer aan de stroom. Een naafdynamo levert wel elektriciteit, maar dat is wisselspanning die door de ongelijkmatige snelheid van de fiets voortdurend verandert. Wat je nodig hebt om je apparatuur te laden is stabiele gelijkspanning. Een omvormer zet de wisselspanning van de naafdynamo om in gelijkspanning. De Forumslader, ontworpen en geproduceerd door Jens During, is zo’n omvormer. Het mooie aan de Forumslader is dat hij een bufferaccu heeft: de stroom die de naafdynamo opwekt wordt (na omvorming) opgeslagen in een accu en vanuit de accu ‘doorgegeven’ aan een USB-A aansluiting waarop je je telefoon, gps of wat dan ook kunt aansluiten. Ik heb mijn Aheadlader op de Vittorio inmiddels zes jaar, werkt feilloos.

Varianten
Jens maakt de Forumslader in meerdere varianten. De meest gebruikte is de Aheadlader, genoemd naar het type balhoofd waarmee de voorvork in de balhoofdbuis (de framebuis met daaraan de boven- en onderbuis) draait. Daarbij zit de lader in een waterdichte worst die in de bovenste buis van de voorvork wordt geschoven. Aan de bovenkant zit een USB-A aansluiting, aan de onderkant loopt een kabel naar de naafdynamo. Voor dit type lader moet de bovenste buis van de voorvork aan de onderkant open zijn, om de kabel door te kunnen laten. De Aheadlader is er in versies met een grotere en een kleinere accu-capaciteit.

Forumslader Pro

De Forumslader Pro die ik bij de Salsa gebruik. Tijdens het fietsen zit de lader in de frame bag, met een kabeltje dat door een opening in de tas gaat en – via een splitter zodat ook de verlichting stroom krijgt – is aangesloten op de naafdynamo.

De andere variant is de Forumslader Pro. Daarbij is de lader niet ingebouwd, maar zit in een kunststof doosje. De accu-capaciteit is groter dan van de Aheadlader en de elektronica is geavanceerder. Omdat het een losse unit is, ben je niet afhankelijk van doorvoeropeningen in de voorvork. De Salsa heeft een dichte voorvork, bij die fiets gebruik ik een Forumslader Pro.

Afsluiter
De achilleshiel van de Aheadlader is de open USB-A aansluiting, waar water in kan komen. Door de schuine stand van de balhoofdbuis wijst de aansluiting iets naar beneden, maar in een harde regenbui is dat niet genoeg. Hoewel de metalen ring met de USB-aansluiting los verkrijgbaar is (ik heb ‘m een keer vervangen) is een goede afdekkap beter. Die is er: Peerenboom Fietsen in Wageningen heeft een kapje ontwikkeld waarmee je de USB-aansluiting regendicht afsluit. Zie deze video.

Inbouw
Ik ken twee fietsenwinkels die een Forumslader voor je kunnen inbouwen: Horizon Bicycles in Utrecht en Peerenboom Fietsen in Wageningen.

Salsa Fargo met Click-Stand

Click-Stand in actie, met vastgezette rechter remgreep.

Klein spul

Standaard

Salsa
Click-Stand | Max |
6 segmenten |rood

Waarom
Een Click-Stand is een lichte en simpele oplossing om je beladen fiets stabiel rechtop te houden tijdens een foto- of andere pauze zonder bomen of muren. Hij bestaat uit een soort dikke aluminium tentstok, inklapbaar en met een steuntje dat je onder een framebuis zet. Gemaakt door een eenmansbedrijf in Aberdeen, Washington (staat), V.S. Bij bestelling kun je het aantal segmenten kiezen (4, 5 of 6), de dikte (kies bij een bagagefiets voor ‘Max’) en de kleur. Wordt geleverd met twee elastieken waarmee je de remgrepen op de handrem zet, zodat je fiets geen kant op gaat.

Click-Stand

Ingeklapte Click-Stand.

Achtergrond
Op slechte en onverharde wegen gaat een vaste standaard met een wat slappere veer klapperen. Een standaard onder het bracket is bij een beladen fiets de stabielste oplossing (dicht bij het zwaartepunt), maar heel onhandig bij het achteruitrijden (bijvoorbeeld na een supermarktbezoek) omdat een bracket-standaard dan ruzie krijgt met de linker crank.

Een vaste standaard op de liggende achtervork heeft dat probleem niet, maar bij een fiets met volle tassen krijgt de fiets de neiging om te gaan draaien met de standaard als rotatiepunt.

Vittorio
Bontrager |
aan de liggende achtervork

Waarom
De Vittorio is m’n eerste en enige bagagefiets met een standaard. M’n Snel (waarop ik de reis met Elsbeth heb gefietst) had er geen, een volbeladen fiets met achter- en voortassen heeft een slechte balans, als-ie omkiepert kan dat een vitaal onderdeel beschadigen (zoals een verbogen aluminium stuur dat je niet meer terugbuigt). Zonder standaard ben je gedwongen om ‘m neer te leggen of tegen een muur te zetten. Dat ging altijd goed. Op de Vittorio, die ik ook voor ritten naar m’n opdrachtgevers gebruik, zit wel een standaard. Als je voor een standaard gaat, kies dan voor de variant op de liggende achtervork (zie hierboven).

Vast slot

Salsa
(geen) |
niet nodig (op een tocht heb ik een kabelslot bij me), scheelt gewicht

Vittorio
AXA

Waarom
De Vittorio gebruik ik ook voor ritten naar m’n opdrachtgevers, waarbij de fiets achter een toegangshek staat en een vast slot voldoende is. Op een tocht zet ik m’n fiets ’s nachts of bij een supermarktbezoek ergens aan vast met een kabelslot. Bij de Salsa heb ik een vast slot daarom weggelaten, dat scheelt driekwart kilo. Bij bezoek aan een opdrachtgever gebruik ik een kabelslot.

Bidonhouders

Blackburn Outpost Cargo Cage

Blackburn Outpost Cargo Cage met 1500 ml Nalgene fles.

Salsa
De ene: Blackburn | Outpost Cargo Cage op de onderbuis
De andere: King Cage | Manything Cage op de voorvork (zie hierboven, bij Voordrager)

Waarom
Mijn Salsa heeft, zoals de meeste bikepacking-setups, een frametas op de plaats waar bij veel fietsen de bidonhouders gemonteerd zijn. Als je niet met voortassen en grote achtertassen fietst (de traditionele bagage-setup) is de ruimte tussen de framebuizen te waardevol om te gebruiken voor bidonhouders, die je ook ergens anders kunt monteren. Daar komt bij dat het zwaartepunt van een fiets tussen de framebuizen ligt en die plek erg geschikt is voor zwaardere dingen als eten en gereedschap: beter voor de balans.

De ene | De 1,5 liter Nalgene waterfles die ik op tochten bij me heb (grote capaciteit, wijde opening dus gemakkelijk schoonmaken, onbreekbaar kunststof, BPA– en smaakvrij) zit met twee Voile straps vastgesnoerd op een Blackburn Outpost Cargo Cage (minimalistische allround-houder) op de onderbuis. Door de frame-geometrie van de Salsa is daar meer dan genoeg ruimte voor.

De andere | De grijp-waterfles voor onderweg (een 700 ml of 1000 ml Nalgene fles) zit met een enkele Voile strap vast op een Manything Cage op de voorvork.

Kijk hier voor een uitleg over de waterflessen die ik gebruik en het ‘waarom’ daarvan. Een uitleg over Voile straps staat hier.

De Santos alleshouder wordt geleverd met vier webbing bandjes: twee met snelsluiting en twee met laddergesp. Ik gebruik één bandje van elk type: bovenaan klik ik de snelsluiting open, kantel de fles uit de houder en schuif de fles uit het bandje met laddergesp onderaan. Rechts de Mountain Bottle Cage.

Vittorio
De ene: Blackburn | Mountain Bottle Cage
De andere: Santos | Alleshouder

Waarom
De ene | Veel bidonhouders zijn ontworpen voor gebruik op racefietsen en zijn daarom zo licht mogelijk. Gevolg is dat ze, met 700 ml water erin, gaan trillen of klapperen wanneer je over een gravelweg dendert. Niet fijn en ook niet nodig. De Mountain Bottle Cage is van dikker aluminium en trilvrij. In Nederland niet te krijgen, wel online in Duitse en Britse webwinkels.

De andere | In een standaard bidon gaat 0,7 liter, als je goed zoekt vind je ze ook van 0,75 of 0,8 liter. Met twee daarvan kom ik een dagetappe door met mild weer en onderweg een blik cola. In de zomer van Zuid-Europa wordt dat anders. Als daar de cola niet op de route ligt en de dorpspomp uitgedroogd is moet ik woekeren met water. In de Santos Alleshouder past een grote petfles of – in mijn geval – een 1,5 liter Nalgene fles (zie hierboven). Op wintertochten doe ik er een thermosfles in. Volgens Santos kun je er ook een regenjas of een paar schoenen in stoppen. Wie weet, maar als je dat gaat doen is zoiets als een Blackburn Outpost Cargo Cage (zie hierboven) of een Salsa Anything Cage geschikter: neemt minder ruimte in op de buis en heeft Voile straps-achtige bandjes die beter vastsnoeren dan de webbing bandjes van de Alleshouder.

Framepomp

Vittorio
Zéfal | HPX |
framepomp

Crane E-Ne Revolver bel

Crane E-Ne Revolver bel.

Waarom
Een framepomp is langer dan een mini-pomp, waardoor je per slag meer lucht in de band pompt en je geen lamme arm krijgt bij het op druk brengen van een vervangen of geplakte band. Framepompen zijn inmiddels passé, op de Salsa zit er geen. Is mee te leven. De kleinere en lichtere Lezyne mini-pomp die ik voor de Salsa gebruik genereert net zo veel druk. Je maakt wel meer pompslagen.

Bel

Salsa en Vittorio
Crane | E-Ne Revolver |
draaibel

Waarom
Draaibel waar niets stuk aan kan, met een duidelijk en helder belgeluid. De Knog Oi Luxe die ik daarvóór had was prachtig vormgegeven, maar het subtiele belgeluid werd met name door oudere mensen niet (goed) gehoord. Subtiel was te subtiel.

Overzicht

OnderdeelVittorio randonneurSalsa Fargo
Frame en vorkVittorio, chromoly-staalSalsa Fargo, chromoly-staal met carbon voorvork
Velg en velgmaatExal SP19, 622 mm, binnenbreedte 19 mm, 36 gaatsRad15 STORM26, 622 mm, binnenbreedte 26 mm, 36 gaats
SpakenDouble butted, 36 stuks per wiel, zilverkleurigDT Comp, double butted, 36 stuks per wiel, zilverkleurig
VoornaafSON 28 naafdynamo, 36 gaatsSON 28 disc naafdynamo, 36 gaats
AchternaafShimano Deore, 36 gaatsRohloff speedhub 500/14 versnellingsnaaf, 36 gaats, 22T riem-tandwiel
BandenSchwalbe Marathon Almotion 40-622Schwalbe Marathon Almotion V-guard (voor gebruik met binnenbanden) 50-622
Cranks en kettingbladenShimano Deore XT, 3 bladen, 48-36-26 tandenMiddleburn RS7 met 46T riem-tandwiel
CassetteShimano Deore XT, 10-speed, 11-36 tanden-
Ketting/aandrijfriemShimano Deore XT kettingGates Carbon Drive CDX aandrijfriem
Voor- en achterderailleurShimano Tiagra-
PedalenMKS Allways (plateau)MKS Allways (plateau)
BalhoofdTecoraCane Creek 40
StuurpenAhead, 100 mmRitchey Comp, 80 mm
StuurBBB Cycling ErgoBar (drop bar), breedte 42 cmVNT Elements deelbaar stuur (drop bar), breedte 44 cm
StuurbekledingGrab On schuim en Newbaum's stuurlintGrab On schuim en Newbaum's stuurlint
Shifters en remgrepenShimano Tiagra remgreep/shifterRohloff shifter, TRP RRL SR remgrepen
RemmenTektro mini V-brakesAvid BB7 Road mechanische schijfremmen,
160 mm remschijf achter, 180 mm remschijf voor
ZadelTerry Fisio GTC (gel) Max (brede variant) MenTerry Fisio GTC (gel) Max (brede variant) Men
SpatbordenSKS Bluemels basic, kunststof/aluminium, 45 mm, zwartSKS Bluemels basic, kunststof/aluminium, 65 mm, zwart
VoordragerKing Cage Manything Cage, titaniumKing Cage Manything Cage, titanium
AchterdragerVittorio (chromoly-staal)Tubus Vega Evo (chromoly-staal)
BidonhoudersSantos alleshouder en Blackburn Mountain Bottle CageBlackburn Outpost Cargo Cage
Klein spulCrane E-Ne Revolver bel, Zéfal HPX framepomp, Bontrager standaard, AXA vast slotCrane E-Ne Revolver bel
(geen framepomp, standaard of vast slot)

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.