Laat voor het eten

Niet alle dolers zijn de weg kwijt

Informatie | Routes, routegidsen en fietsnavigatie


Informatiepagina’s > Techniek & Vaardigheden > Routes, routegidsen en fietsnavigatie


Inleiding

Garmin Edge 840

Garmin Edge 840 op een trainingsrondje langs de Leusderheide.

In mijn eerste fietsperiode, van 1992 tot 2005, was ik niet bezig met door anderen bedachte routes. Ik fietste naar de Noordkaap, naar en door Azië of van west naar oost door Frankrijk, en zette op papieren kaarten m’n route uit. Fiets-gps’en bestonden nog niet, mobiele telefoons waren zo groot als een baksteen en hadden geen kaarten of internet. Op de reis naar Nepal hadden Elsbeth en ik wel een gps (een van de eerste generaties) bij ons, maar die kon niet meer dan onze positie bepalen. We hadden ‘m bijvoorbeeld nodig om te bepalen waar we zaten toen we in China op luchtvaartkaarten fietsten met een schaal van 1:1.000.000: positie bepalen en de coördinaten ervan terugvinden op de kaart (shit, zijn we daar nog maar). Toen ik na jaren weer met fietsen begon waren er inmiddels gps’en waarop ook de kaart geladen werd en waarmee je tracks kon volgen. Ik kocht een Garmin, met inmiddels twee opvolgers, en wil nooit meer fietsen zonder gps.


Routes

Eerste kennismaking

Toen onze mannen groter werden en ik vanaf 2014 weer begon met het rijden van meerdaagse tochten kwamen de fietsroutes in beeld. Eigenlijk vond ik door anderen uitgezette routes niks. Waar blijft het avontuur van het zelf ontdekken? Totdat het plan ontstond om oudste zoon Dirk, die als wielrenner had laten zien dat hij kon fietsen, het edele ambacht van het bagagefietsen bij te brengen. Ik wilde samen een tocht fietsen die tot de verbeelding sprak en voor hem – hij was bijna tien – uitvoerbaar was. De routes van Paul Benjaminse hadden de naam dat ze het klimmen doseerden en fietspaden en autoluwe wegen opzochten. Met zo’n route was er avontuur, maar leek het risico op stranden of op een zoon die daarna nooit meer met bagage wilde fietsen niet te groot. En ik hoefde het niet te bedenken, want dat had al iemand gedaan. In de herfstvakantie van 2015 fietsten Dirk en ik in vier dagen van gemiddeld 65 kilometer van Maastricht naar Luxemburg-stad, via Benjaminse’s fietsroute naar Rome, mét routegids. Het werd een succes en veranderde mijn mening over routes en routegidsen.

Plussen en minnen

Wat indruk maakte was hoe goed de routemaker erin geslaagd was om paden en autoluwe wegen te vinden. Paden en wegen die ik waarschijnlijk zelf niet ontdekt had met de ervaring die ik destijds had in het maken van routes. Na de vele duizenden kilometers over doorgaande wegen – in Azië waren er meestal geen fietsbare alternatieven, als die al op onze papieren kaarten stonden – op de reis naar Nepal was de tocht naar Luxemburg voor mij een kleine openbaring. Ik gaf de routemaker een dikke duim omhoog en wilde voortaan alleen nog maar over stille wegen fietsen.

Haukelivei fietsen

Haukelivei, Noorwegen, op 1000 meter. Eigen route.

Toch ben ik het volgen van bestaande routes niet gaan zien als blauwdruk voor het fietsen van een tocht. Veel populaire routes doen iets waar ik niet van houd: streven naar een zo groot mogelijk fietsgemak. Als je mensen op de fiets wilt krijgen is dat logisch, hoe gemakkelijker een route is, hoe meer fietsers – vooral als ze weinig fietservaring of fietsconditie hebben – die route gaan fietsen. Het effect is echter dat veel routes de weg van de minste inspanning kiezen. Ze volgen rivieren, gaan over tracé’s van voormalige spoorlijnen (zoals de Vennbahn) en vermijden lange of heftige klimmen.

Soms is dat fijn, bijvoorbeeld wanneer je met jonge kinderen fietst of wanneer je lijf dergelijke inspanningen niet aankan. Maar het is een hardnekkige denkfout dat gemak automatisch de beste fietservaring oplevert. Zonder die extra inspanning mis je ook de opbrengst ervan. Klimmen brengt avontuur: hoogtes, uitzichten, natuur en het gevoel iets volbracht te hebben. De voldoening heeft een positief effect op je, de inspanning is goed voor je lijf en je veerkracht, het avontuur doet het bloed letterlijk en figuurlijk stromen. En je hebt er een verhaal bij. Ongemak brengt je iets, hard werken op de fiets is geen ongenode gast aan m’n vakantietafel. Het is iemand die ik als vriend heb leren kennen. “Don’t fight the dragon, offer it a chair” zei een Nederlands wijsgeer ooit tijdens de beklimming van een hoge pas naar China. Ik had het zelf kunnen bedenken.

fietsen Luxemburg Benjaminse Rome

Op weg naar Luxemburg, over autovrije wegen. Dirk is al vooruit, nog net te zien tussen de schuur en het linker gesloten-bord.

Afwisselen

Na de tocht met Dirk ben ik vaker bestaande routes gaan fietsen. Omdat Maastricht-Luxemburg via Benjaminse naar meer smaakte, maar ook om weer aan te sluiten bij de fietscommunity. In mijn eerste fietsperiode zat ik daar middenin. Op reis kwamen we medefietsers tegen op hot spots: Istanbul, Esfahan (het Amir Kabir hostel, het bestaat nog), Delhi en Kathmandu. Thuis ging ik naar fietsweekenden en fietste tochten met vrienden. Die aansluiting ben ik in m’n stille jaren kwijtgeraakt. Met het fietsen van klassieke routes heb ik die weer opgezocht: eerst de Waalse RV’s, in oktober 2018 met Benjaminse naar Parijs en in oktober 2019 de R1 naar Berlijn. In de zomer van 2021 fietste ik als voorlopige afronding van de klassiekers de oer-fietsroute onder Nederlandse fietsers, die naar Rome. Toen was ik er weer.

Anno nu wissel ik eigen routes en bestaande routes af. Op eigen routes kan ik los gaan: bospaden en onverharde wegen, bergen, zoveel mogelijk natuur, zoveel mogelijk avontuur. Bestaande routes fiets ik zodat lezers zich kunnen herkennen in de verhalen die ik erover schrijf. Maar ik fiets ze net zo goed om de beleving ervan. Waarom zou iemand Parijs-Roubaix willen fietsen, over de slechtste wegen van Noord-Frankrijk? Omdat het een fenomeen is, omdat je het verhaal zelf wilt kunnen vertellen en ergens deelgenoot van wilt worden. Al ga ik graag m’n eigen weg, ik vind het mooi om die deelgenoot te zijn.


Routegidsen

Routegidsen zijn zwaar, een gemiddelde gids weegt 400 gram. Wanneer je met Benjaminse naar Rome fietst en de drie routegidsen meeneemt sleep je 1,2 kilo papier mee. Lieve help. Waarmee zich de vraag voordoet: moet het mee? En wat is überhaupt de toegevoegde waarde van een routegids? U wilt mij, als gecertificeerd filosoof, die zingevingsvragen vast toestaan.

Koffiestop met routegids.

Koffiestop op weg naar Parijs. Met chocola en routegids. Wat kom ik tegen en waar moet ik in het landschap op letten.

Navigeren: fietsen of spoorzoeken

Nee, voor de navigatie moet het niet mee. Niet meer. Waar ik links- of rechtsaf moet haal ik niet al bladzijde-omslaand uit een gids of van een papieren kaart. Vóór de komst van de Garmin wel, maar die tijd is gelukkig voorbij. Ik ben gek op kaarten (m’n kast lag er ooit vol mee), maar je positie bepalen op een papieren kaart is omslachtig, met kaart of routegids wordt je spoorzoeker. Op een tocht kom ik daar niet voor.

Ik ben vanaf m’n twaalfde, toen ik verkenner werd, een gepassioneerd kaartgebruiker. Kaartlezen was het enige militaire vak tijdens mijn KMA-infanterieopleiding waar ik een 9,5 voor haalde. Met een kaart gaat de wereld leven, slaat m’n fantasie op hol en vraag ik me af waarom ik nog op deze stoel zit. Op de fiets moet die kaart digitaal zijn. Navigeren op een papieren kaart of routegids betekent regelmatig stoppen. Stoppen omdat ik dat wil (pauze, iets eten, jas uitdoen) is oké, stoppen omdat het moet is hinderlijk, zeker als ik in een flow zit of op wil schieten. In een stad is navigeren met een kaart in druk verkeer stressvol en een tijdvretend drama. Die aandacht besteed ik liever aan m’n veiligheid of aan de omgeving. Op een gps beweegt je positie mee op de kaart, langs de lijn die de route aangeeft. Wanneer de bebouwing dichter wordt zoom je in en ga je alsnog in een vloeiende beweging de goede kant op. Ik wil niet meer terug naar kaart of routegids.

Je kunt ook navigeren met routebordjes langs de weg, maar tot fietsgeluk heeft dat bij mij nooit geleid. Het geeft me het gevoel bezig te zijn met een speurtocht in plaats van met het land om me heen. Door te vertrouwen op routebordjes organiseer je bovendien je eigen frustratie, want er mist er altijd wel eentje en als er een brug uit ligt gaat de aannemer niet de bordjes verhangen. Is de kaart onduidelijk of de routegids doorweekt dan kunnen routebordjes als back-up dienen, maar meer zou ik er niet van maken.

Screenshot OsmAnd app telefoon

Telefoonscherm (screenshot) met de OsmAnd-kaart met een deel van de Rome-route (rode lijn) van Benjaminse.

Overzicht

Gps’en hebben ook een nadeel: weinig overzicht. Als in het buitenland de TomTom overlijdt moet menig automobilist direct aan de zuurstof, geen énkel idee waar hij of zij is. Kaarten blijven handig voor het grote plaatje: wat ben ik aan het doen (een dal volgen, een gebergte oversteken, naar de enige rivierbrug fietsen) en wat is het alternatief wanneer de geplande route versperd is of niet bevalt. Je kunt de gps een nieuwe route laten bepalen, maar met het overzicht van een kaart zie je in één oogopslag de voors en tegens van de alternatieven.

Digitaal alternatief

Mijn oplossing is om m’n telefoon als overzichtskaart te gebruiken. Daar staat navigatie-app OsmAnd op, met gedetailleerde en gebruiksvriendelijke OpenStreetMap-kaarten. Het scherm is groot genoeg (iPhone Pro Max) voor een goed overzicht van waar ik ben op de route en welke alternatieven ik eventueel kan fietsen. Op m’n telefoon staat ook – wanneer beschikbaar – een digitale versie (e-book) van de routegids(en) die ik gebruik. Op weg naar Rome (drie gidsen, alle drie als e-book verkrijgbaar, compliment voor Benjaminse) leverde dat een gewichtsbesparing van 3 x 400 g = 1,2 kg op. Leek me een erg goed plan.

Meerwaarde

Een routegids heeft een meerwaarde, anders had-ie nog bij de Fietsvakantiewinkel in het magazijn gelegen: context. Bij een routegids heeft iemand veel moeite gedaan om de geschiedenis en de geografie van een gebied uit te vogelen en te beschrijven. Waardoor de dingen die ik onderweg zie betekenis krijgen en op hun plaats vallen, en waardoor ik thuis kan bedenken wat ik onderweg niet wil missen. Onderweg naar Luxemburg, Parijs en Berlijn heb ik dat zo ervaren. Bij een route met routegids haal je meer uit wat je ziet en waar je bent.

Van vroeger

Een geprezen eigenschap van een routegids is dat die lijsten bevat van plekken waar je onderweg wat aan hebt, zoals campings en fietsenmakers. Sorry, maar dat is iets van vroeger. Toen het gebruik van mobiele data buiten Nederland nog een klein vermogen kostte had dat z’n nut, maar anno nu vind je met telefoon en Google alles wat je zoekt. Onzin? Mwa. Bij het bepalen van m’n eerste overnachtingsplek op weg naar Berlijn, in de buurt van Vorden, ontdekte ik op Google en de Openfietsmap die ik thuis en op m’n gps gebruik een camping – nota bene aan de route – die op de gewenste afstand van Amersfoort lag en tot eind oktober open was. Even in de (toen recente) routegids kijken: de camping staat niet in de lijst. Een heel stuk verder op de route vermeldt de lijst een camping die volgens de gids hemelsbreed drie kilometer van de route ligt. Dat worden er over de weg zo’n vijf, dus goed te doen. De camping (het is echt dezelfde) ligt in werkelijkheid op meer dan tien kilometer van de route. Het was de eerste camping die ik uit een lijst koos, en ik was er meteen klaar mee. Papieren lijsten in papieren gidsen? No further questions, your honour.


Fietsnavigatie

De 5e editie. De 7e editie (van 2022) heeft een ringband.

Om een voorbeeld te geven van wat er uit te leggen valt over fietsnavigatie: wat is het verschil tussen een route en een track (spoor)? Er zijn op internet (en in webshops) veel goede handleidingen over fietsnavigatie en gps’en te vinden, dat laat ik in de bekwame handen van anderen. Een goed voorbeeld is de GPS wijzer voor de recreatieve en sportieve fietser van Joost Verbeek (direct bij de schrijver, maar ook hier te bestellen), waarin de bediening en de mogelijkheden van een reeks Garmin fiets-gps’en (met name de Edge-serie, waarvan ik de 840 heb) erg goed wordt uitgelegd. Kan ik beslist aanbevelen.

Een paar basics van fietsnavigatie uitleggen kan geen kwaad. Uiteindelijk hoef je geen hele handleiding te lezen om een fiets-gps te kunnen gebruiken. Voor je autonavigatie heb je dat waarschijnlijk ook niet gedaan.

Auto-gps en fiets-gps

Daarmee kom ik op iets opmerkelijks: fietsers die in hun auto wel met een gps navigeren (TomTom, Garmin, telefoon), maar op de fiets vasthouden aan de routegids-onder-het-stuurtasvenster methode. Omdat, vermoed ik, fietsnavigatie met gps de reputatie heeft ingewikkeld te zijn. Onterecht, maar daar is een reden voor. Bij een auto-gps hoef je maar één ding te doen: de bestemming invoeren (en op ‘gaan’ tikken). De gps doet de rest. Zo niet bij een fiets-gps, en daarin zit ‘m het grootste verschil: bij een fiets-gps wil je niet alleen de bestemming bepalen, maar ook de route ernaartoe. Als je van Amersfoort naar Rome wilt fietsen – een vergezocht voorbeeld, maar er zijn stervelingen die de moed hebben – wil je dat niet via de kortste of snelste manier doen (zoals in de auto), maar via een route die fietspaden en autoluwe wegen volgt, langs de mooiste delen van de landschappen onderweg. Met een fiets-gps wil je dus meer dan met een auto-gps, en dat vraagt kennis van dingen als tracks en routes. Ingewikkeld? Nee hoor. Om een fiets-gps te kunnen gebruiken om een route van A naar B te fietsen heb je maar een paar vaardigheden nodig, die gemakkelijk te leren zijn. De rest is voor de liefhebbers, wie weet word jij dat ook.

Routes en tracks

In gps-taal is er een wezenlijk verschil tussen een route en een track. In grote lijnen: een route gebruik je in de uitzet-fase, een track in de fietsfase.

De uitzet-fase: routes
Je start met twee dingen:

1. een route-app (programma) waarmee je gps-routes kunt uitzetten. Dat kan overal op en mee: pc of Mac, tablet of telefoon;
2. een digitale kaart die je met de route-app kunt gebruiken.

De kaart moet geschikt zijn om routes op uit te zetten, dat heet een routable map: de kaart ‘vertelt’ de app waar de wegen lopen en wat voor wegen dat zijn (een snelweg of een fietspad). Een kaart die niet routable is, is voor de route-app niets anders dan een verzameling kleuren en lijntjes. Je hebt daar niets aan.

Het maken van een route op de OFM-kaart van de Splügenpas tussen Zwitserland (noord) en Italië (zuid). Ik klik drie keer op de weg (drie routepunten, in de rode cirkels), waarbij BaseCamp (routemaakprogramma) er automatisch een route van maakt die exact de weg volgt. Helemaal rechts: de route omgezet in een track, een ketting van veel routepunten. Die track kan ik vanuit BaseCamp overzetten op m’n gps.

Een route is een lijn op de kaart tussen start- en eindpunt van je fietstocht (no shit, Sherlock!). Die route bestaat uit maar een paar punten, waartussen de route-app zelf de lijn tekent die de route vormt. Die door jou bepaalde punten liggen vast, maar de lijn ertussen niet. Je gps of de route-app bepaalt die lijn aan de hand van de kaart en van het gekozen profiel (zoals ‘fietsen’ of ‘mountainbiken’). Dat is ook wat een auto-gps doet: jij bepaalt de bestemming, de gps bepaalt de route (rekening houdend met files en afsluitingen).

Een route maken
Start de app en open de kaart. Bij het uitzetten van een route klik je op de kaart achtereenvolgens op het startpunt en op het eindpunt van de tocht die je wilt gaan fietsen. De app, en daarin zit ‘m het gemak, maakt daarna een route tussen beide punten, daarbij keurig de wegen volgend. Welke wegen de route-app kiest hangt af van het profiel dat je hebt gekozen. Bij ‘autorijden’ heeft de route-app de keuze uit alle wegen die voor auto’s toegankelijk zijn, bij ‘fietsen’ vermijdt de route-app grote wegen en kiest het waar mogelijk de fietspaden. Welke profielen er zijn en hoe ze heten hangt af van de gebruikte app. Bij het bepalen van de route tussen start- en eindpunt geef je de app net zoveel vrijheid als je zelf wilt. Dat doe je door niet meteen op het eindpunt te klikken, maar op punten tussen start- en eindpunt waarvan je wilt dat de route daar langs gaat. Tussen de aangeklikte punten vult de app de route in. Zo kun je een grote stad vermijden of zoveel mogelijk door het bos fietsen. Door te experimenteren met het aanklikken van punten ontstaat uiteindelijk de route die je wilt gaan fietsen.

Het op deze manier uitzetten van een route gaat razendsnel. Wanneer app en kaart in orde zijn heb je in no-time een fietsbare route. Die route zou je vervolgens over kunnen zetten op je gps. Toch doe je dat niet. Een route is namelijk dynamisch. Het enige dat vastligt zijn de punten die je hebt aangeklikt, de rest wordt ingevuld door de app of de gps. Is de kaart in je gps een andere (wel van hetzelfde gebied, maar bijvoorbeeld minder recent) dan in de route-app, dan zal de route er anders uit gaan zien. Dat wil je waarschijnlijk niet omdat je je redenen hebt om voor een bepaalde route te kiezen (bijvoorbeeld omdat je naar Berlijn wilt fietsen volgens de R1).

Hoogtemeters: track en realiteit

Het programma of de app waarmee je een track maakt berekent het aantal hoogtemeters (en de stijgingen en dalingen) ervan aan de hand van punten op of in de buurt van de track waarvan de hoogte bekend is. Die hoogte-informatie is er niet van elk punt op de kaart of van elke meter weg waarover de track gaat. Daarom wijkt het berekende aantal hoogtemeters van een track altijd af van het werkelijke, tijdens het fietsen gemeten aantal. Dat verschil is nooit in het voordeel van je heldenstatus: je fietst altijd minder hoogtemeters dan de track aangeeft. Om een voorbeeld te geven: de tracks van de Benjaminse-route naar Rome (zelf opnieuw gemaakt in BaseCamp om de fouten eruit te halen, met een eigen aanloop van Amersfoort naar Maastricht) voorspelden een tocht met 27.789 hoogtemeters. Ik fietste er uiteindelijk 17.762, inclusief het heuvelende alternatief waar de Thur buiten z’n oevers was getreden.
Wanneer ik in mijn verhalen hoogtemeters noem zijn dat altijd de werkelijke, tijdens het fietsen opgenomen, aantallen hoogtemeters. Dan maar geen held.

De fietsfase: tracks
De oplossing is de route na het maken om te zetten in een track (spoor). Een track is niet dynamisch, maar een ‘dom’ kralensnoer van heel veel routepunten, dat er op elke kaart hetzelfde uitziet. Bij het omzetten van route naar track vult de route-app die tussenliggende routepunten in, zich daarbij aan de uitgezette route houdend. Wanneer je de track overzet naar je gps blijft deze ongewijzigd. Daarom stellen routemakers tracks van hun route beschikbaar, geen routes.

Zuidoosthoek van de Leusderheide, met links van het midden de Pyramide van Austerlitz. Links de OFM-kaart, rechts Google Maps. Op de OFM zijn vrijliggende fietspaden rood en fietsroutes blauw gestippeld.

Fietskaarten

Openfietsmap (inderdaad, een samentrekking van Nederlands en Engels), kortweg OFM, zijn zeer gedetailleerde digitale fietskaarten die zijn gebaseerd op Openstreetmap (vandaar de variatie ‘fietsmap’). OFM is net als Wikipedia een open source community-project waarbij vrijwilligers kosteloos de fietskaarten maken, verbeteren en updaten. Deze gratis te downloaden OFM-kaarten zijn erg goed. Alle fietspaden en fietsroutes staan erop, ze zijn allemaal routable en worden regelmatig bijgewerkt. De enige ‘maar’ is dat ze alleen werken op gps’en van Garmin. Hoe volledig ze zijn hangt – heb ik gemerkt – af van het gebied. In Nederland zijn ze nagenoeg foutloos, maar fietsend langs de Maas tussen Namur en Dinant merkte ik dat bepaalde bebouwing langs de rivier niet op de kaart stond. De kwaliteit van de kaarten in z’n algemeenheid is echter zo goed dat ik nog geen behoefte heb gehad om een alternatief te zoeken. Een ander voordeel van OFM-kaarten is dat ze zowel beschikbaar zijn voor gps’en als voor BaseCamp (gratis route-maakprogramma van Garmin). Ik gebruik BaseCamp voor het maken en aanpassen van nieuwe en bestaande routes, die ik als track overzet op m’n gps, waarop precies dezelfde OFM-kaart staat.

En Google Maps dan? Probeer maar. Fietspaden ontbreken of zijn flinterdunne groene lijntjes, in steden is de kaart overwoekerd met bedrijfsnamen en er zijn geen kaartkleuren voor (bijvoorbeeld) wel of geen bos. En alle kaartmateriaal staat online. Om in een stad snel een winkel te vinden ideaal, om tochten mee te fietsen totaal ongeschikt.

Navigeren met je telefoon

Hoewel ik met een fiets-gps (Garmin Edge 840) navigeer, gebruik ik m’n telefoon als back-up, voor snelle route-alternatieven (zie bijvoorbeeld deze fietsdag) en voor het overzicht. Op het grotere scherm kan ik snel even kijken hoe ver ik die dag ben gevorderd en wat er in de omgeving van de route gebeurt. Belangrijkste vraag: welke app? Standaard kaart-apps (zoals Google Maps of Apple Maps) hebben drie grote nadelen: ze vreten stroom, kunnen niet zonder een goede internetverbinding en zijn weinig gedetailleerd. Kaarten als die van Google of Apple kunnen bovendien geen gps-tracks lezen. Dus wat dan?

Eisen
Een fietsnavigeer-app moet wat mij betreft het volgende kunnen:

  • Tracks lezen (daar navigeer ik mee).
  • Offline kaarten gebruiken die ik vooraf download (online kaarten zijn afhankelijk van een goede internetverbinding en slaan gaten in je databundel. De gps in je telefoon gebruikt geen data, zelfs in de vliegtuigmodus blijft je telefoon-gps gewoon werken).
  • Informatie geven die voor een fietser belangrijk is: fietspaden, fietsroutes, knooppunten.
  • In en buiten Nederland werken (lange tochten gaan de grens over).
  • Gedetailleerd kaartmateriaal bevatten om te kunnen ontdekken waar ik doorheen fiets (online kaarten zijn weinig gedetailleerd, om datagebruik te beperken en met traag internet te blijven functioneren).

De OsmAnd-app op m’n telefoon, hier met een track (donkerrode lijn) door Wijk bij Duurstede.

Welke?
Er is een hele zut aan fietsnavigeer-apps. Een deel ervan doet het alleen in Nederland, dus uit het raam daarmee. Veelgebruikte internationale apps als Naviki, Komoot en Strava gebruiken online kaarten, waarbij Naviki en Komoot de optie hebben om tegen betaling kaarten te downloaden.

Mijn app-keuze is OsmAnd, die offline OpenStreetMap-kaarten gebruikt met een fiets-kaartlaag. Beschikbaar voor Android en iOS. OsmAnd (de ‘And’ is van automated navigation directions) leest tracks, kan tracks opnemen en kan navigeren naar een opgegeven punt. De basisfunctionaliteit (inclusief een paar kaarten naar keuze) is gratis, voor gebruik van alle kaarten en live-updates betaal ik een paar euro per jaar (meerdere abonnementsvormen). OsmAnd is geen trainings-app zoals Strava. Het heeft niet de testosteron-component van het ranken van je fietsprestaties en vraagt niet naar je lengte, gewicht en leeftijd. Heel prettig en voelt als ‘wel het gemak, niet de ballast’.

Garmin eTrex 30.

GPS’en

Ik wilde me er eigenlijk niet aan wagen (groot onderwerp), maar hier toch iets over gps’en. Reden: de switch die ik heb gemaakt van outdoor-gps naar fiets-gps. Die ervaring zegt iets over de verschillen tussen gps-typen waar je misschien iets aan hebt. So here goes.

Wandel-gps: de eTrex 30
Van 2013 tot begin 2020 heb ik gefietsnavigeerd met een outdoor-gps, de Garmin eTrex 30. Een groot voordeel is – vind ik – dat deze gps op twee penlites (AA-batterijen) werkt. Omdat hij geen touchscreen heeft gebruikt hij weinig stroom en doet het ongeveer 24 uur op twee volle batterijen. Allicht geen wegwerpbatterijen (waarom bestaan die nog?), maar oplaadbare NiMH-batterijen met een capaciteit van 2600 mAh (het betere AA-vermogen). Op meerdaagse fietstochten staat 24 uur gebruiksduur bij mij gelijk aan twee en een halve fietsdag. Gecombineerd met een tweede setje AA’s ben ik in vijf dagen naar Parijs gefietst zonder batterijen te hoeven laden. Op langere tochten hoef ik maar eens in de 4-5 dagen een stopcontact tegen te komen voor de batterijlader in m’n fietstas. Een volbloed fiets-gps werkt op een ingebouwde accu (zoals je telefoon), die dus periodiek aan de stroom (stopcontact of powerbank) moet. Ten tijde van het kopen van de eTrex 30 hield een fiets-gps het maar een uur of acht uit op een volle accu. Het verschil tussen 5 dagen of 1 dag stopcontactloos fietsen vond ik te groot. Vandaar de eTrex 30, die me goed gediend heeft.

Garmin Edge 830.

Toch een fiets-gps
Na verloop van tijd vond ik het scherm van de eTrex 30 te klein. Ook de processor van de eTrex werd traag. Na 7 jaar trouwe dienst vond ik een nieuwe gps geen overhaaste actie. Met de handigheid van een batterij-gps in m’n achterhoofd kocht ik de nieuwste generatie Garmin gps op batterijen, de Oregon 700. Ook op twee penlites, met touchscreen, groter scherm en sneller. Als fiets-gps geen succes omdat hij de batterijen veel te snel leeg trok. Op m’n stuur was het bovendien een te grote en zware klomp. Enkele reis Marktplaats dus.

Zoon Dirk is wielrenner en gebruikt de Garmin Edge 530, een fiets-gps. Ik bekijk ‘m, ontdek wat hij kan, lees reviews en denk kritisch over wat ik van een gps verlang. Ik koop de Garmin Edge 830 en wil na een paar maanden gebruik niets anders meer.

Het begint met de accuduur, die – eigen ervaring – zo’n 18 uur is met het scherm voortdurend aan en navigatie-aanwijzingen ingeschakeld. Dat zijn bijna twee fietsdagen. Op een meerdaagse tocht ontdek ik dat opladen met een powerbank weinig stroom vraagt. Een heel goed begin. De 830 is rank, licht, heeft een helder scherm (groter dan de eTrex) en werkt net als de eTrex probleemloos met OFM-kaarten. Die hoeven niet meer op een micro-SD kaartje, maar zet je met een kabeltje direct over naar het interne geheugen van de 830. Ik kan de gps zodanig instellen dat met een swipe een tweede scherm in beeld komt met daarop alle gegevensvelden van een fietscomputer, inclusief de hoogte. Een aparte fietscomputer is daarmee van m’n stuur verdwenen – de 830 neemt alle ritten automatisch op, samen met alle gegevens als afstand en gemiddelde snelheid. Met een volgende swipe zie ik een scherm met een hoogtegrafiek van wat me aan hoogtemeters op de route te wachten staat. Eenmaal middenin een klim zie je niet alleen de hoogte maar ook het stijgingspercentage. Tijdens het navigeren geeft de 830 steeds een waarschuwing dat je na een X aantal meters links- of rechtsaf moet, met een subtiel piepje als je vlakbij de afslag bent. Dat heeft al meerdere malen goed gewerkt, als ik weer eens dromend door het landschap reed en een afslag dreigde te missen. Ondertussen is bij mij de Edge 830 opgevolgd door de Edge 840.

Telefoon en gps op m’n stuur. Omdat het fietspad (met de route naar Rome) langs de Thur (Zwitserland) onder water stond, gebruikte ik tijdelijk m’n telefoon om te navigeren via een zelf te ontdekken omleiding. M’n telefoon hing ondertussen aan de Forumslader in het balhoofd. Die krijgt stroom van de naafdynamo in het voorwiel, en dus van mijn benen.

Gps of telefoon?

Ik fietsnavigeer niet met m’n telefoon. Ook met offline-kaarten is een navigerende telefoon aan het eind van een fietsdag leeg, bij een lange etappe al eerder. Als er ’s avonds geen stopcontact op me wacht, bijvoorbeeld bij een wildkampeerplek, moet de powerbank in actie komen. Als die nog vol genoeg is. Te veel afhankelijkheid.

M’n telefoon heb ik bij me voor een reeks andere functies, die ik verlies als m’n telefoon leeg is. Op lange tochten in het buitenland wil ik altijd genoeg accuduur hebben om in noodgevallen te kunnen bellen of internetten. Openingstijden checken, snel een alternatieve route vinden als de weg is afgesloten, de dichtstbijzijnde bakker, een dringend telefoontje van thuis. Dus wil ik dat de accu van m’n telefoon zo min mogelijk belast wordt.

Maar de accu van de gps dan? Die gebruikt bij het navigeren veel minder stroom dan een telefoon, onder andere omdat het scherm kleiner is. M’n gps is minder lomp op m’n stuur, doet het twee fietsdagen op de accu en kan ik veel keren (ik schat zo’n acht keer) opladen met m’n 6700 mAh powerbank. Tegen die tijd heb ik dat stopcontact wel gevonden. M’n telefoon blijft in m’n zak om snel iets op te zoeken, een bericht te lezen of een foto te maken in de regen.

2 reacties

  1. Ik ga vanuit huis Wagenujgen naar Praag fietsen over een route van Europa fietser. Ik wil niet van te voren per dag mijn route splitsen, hoe werkt het met routes weer op te pakken de volgende dag? Bij mij heeft Garmin alleen optie ‘wilt u naar de start van de route. Hopelijk kun jij wat meer info geven

    • Beste Daphne,
      Je vraag herken ik, op weg naar Rome kwamen mijn tracks ook niet overeen met de dagetappes. De oplossing is eenvoudig: bij de vraag ‘Naar het begin van de koers navigeren?’ tik je op het kruisje (‘nee’). Je Garmin zal dan de track (‘koers’ in Garmin-termen) laden. Zit je weer op de route, dan geeft Garmin de melding ‘Koers gevonden’. Je zult onderweg ook de situatie tegenkomen dat je aan het einde van een track bent en de volgende track wilt starten. Ik geef je meteen de manier om dat te doen. Aan het einde van een track zou je het gefietste stuk gewoon op kunnen slaan en met de nieuwe track kunnen beginnen. Maar dan heb je aan het einde van de fietsdag geen dagtotaal, gemiddelde snelheid etc. Bij een Garmin Edge 830 werkt het zo: druk op de start/stop-knop (rechts onderaan) > tik op ’terug’ (het kromme pijltje) > tik twee keer achter elkaar op het midden van de kaart > tik op het huisje (Home) > tik op Navigatie > tik op Koersen > (etc., zoals je normaal gesproken een koers/track laadt). Bij de vraag of je de huidige koers wilt vervangen tik je op het vinkje (‘ja’). Druk daarna op de start/stop-knop, dan hervat Garmin het opnemen van wat je fietst. Laatste truc: doe deze dingen een keer op een fietsrondje thuis, dan krijg je er handigheid en vertrouwen in. Allerlaatste truc: maak op je telefoon een notitie van de stappen die je moet zetten, als naslagwerk voor onderweg. Ik hoop dat je er wat aan hebt, een mooie tocht toegewenst!

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.