In de overgang van slaap naar wakkerheid hoor ik vogels zingen. In de totale stilte van de slapende woonwijk hoor ik merels zo glashelder als zaten ze op de vensterbank. De lucht is er vol van. Tussen de twee gordijnhelften door zie ik dat het licht wordt. Het is kwart over zes, ik loop naar beneden, maak koffie voor Elsbeth en mezelf en zet alvast haar fiets buiten. De hemel is helder, de frisheid van de morgen voelt anders dan twee weken geleden, het wordt voorjaar. Ik wil dansen.
Ik geef Elsbeth een kus en zwaai haar uit als ze wegfietst naar haar school in Den Dolder. Het is zeven uur en al licht, de vogels nemen een pauze en zitten aan de ochtendkoffie, net als ik. Op m’n Mac lees ik het nieuws. Bovenaan de Midden-Oostenblog staan de foto’s van een vrouw en drie mannen in uniform. Het zijn reservisten van het Amerikaanse leger die zijn omgekomen bij een droneaanval in Koeweit. Ze zullen de aanval niet verwacht hebben, op een plek waar de oorlog nog niet woedt. Ze hebben hun geliefden in de dagen ervoor vast laten weten dat ze in orde zijn. Ze hebben hamburgers gegeten, met een cola. Ze hebben naar foto’s gekeken van thuis, ver weg, ervan overtuigd dat ze door hier te zijn hun land dienen. Helden zijn het, lees ik.
Diezelfde middag lees ik het bericht over een Iraans fregat dat bij Sri Lanka door een Amerikaanse onderzeeër tot zinken is gebracht. De Sri Lankaanse marine haalt 87 dode jongens en mannen uit het water. Ze kunnen de aanval niet verwacht hebben, op drieduizend kilometer van huis. Het is vast een tijd geleden dat ze hun geliefden hebben gesproken, die hopen dat ze in orde zijn. Ze hebben hamburgers gegeten (in Iran is dat een pistolet met een schijf gehakt), met een Zam Zam cola. Ze hebben naar foto’s gekeken van thuis, ver weg, ervan overtuigd dat ze door hier te zijn hun land dienen. Hun dood wordt aangekondigd op een persconferentie, door een man die z’n opwinding bijna niet de baas kan, “An American submarine sank an Iranian warship that thought it was safe in international waters. Instead it was sunk by a torpedo. Quiet death“. De man is geen veertienjarige gamer die zojuist een eindbaas verslagen heeft, maar de Amerikaanse minister van defensie. Van die 87 jongens en mannen zie ik geen enkele foto in de nieuwsblog. Vijanden zijn het, hoor ik.
Ik wil niet meer dansen, ik zou kunnen huilen.
Zaterdagmorgen zit ik opnieuw achter m’n Mac. Elsbeth slaapt nog, iedereen slaapt nog, m’n ritme is de afgelopen maanden verschoven. In de straten hangt mist, de voorjaarszon van deze week is er vandaag niet. In de voortuin staat een halve cirkel van fier bloeiende krokussen en mini-narcissen, in november ben ik op m’n knieën door de tuin gekropen en heb daar 140 bloembollen, verdeeld over verschillende bloeitijden, in de grond gestopt.
Op Nos.nl lees ik over de oorlog en over mensen die op de vlucht slaan, overal. Ik lees over raketten, drones, branden en doden. Overal. Ik switch naar YouTube en kijk een video over vrouwen die meedoen aan editie 11 van de Transcontinental Race. Het schudt me heen en weer. Daar zou ik willen zijn, tussen hen in staand met m’n fiets. Met hen stuk gaan, dag en nacht doorfietsen, iets meemaken, op de toppen van m’n kunnen. Voelen dat ik leef.
Verdriet vervult me, om de ellende die ik lees, om wat ik niet doe en wel zou willen, om het grote verlies van afgelopen december. Ik moet hier weg. Sta op, kleed me om, stop gps en een Clif Bar in m’n zak en haal m’n Salsa uit de garage. Fiets door de nevelige straten, de wijk uit, de stad uit, het bos van Den Treek in. In de bomen fluiten vogels, m’n benen gaan rond, m’n gedachten bedaren door de hier-en-nu-heid van wat ik doe. De magie van de mist is nog niet opgetrokken, de stilte absorbeert de geluiden in m’n hoofd zodat het ook daar stil wordt. In die stilte ontkiemt nieuw geluk, als de bollen in de voortuin. Op een bank aan een hei ga ik zitten en kijk om me heen. Ik ben er weer, het fietsen is nooit weggeweest. Twee weken geleden fietsten Elsbeth en ik het Pieterfietspad, van Pieterburen naar de Sint-Pietersberg. Wat een week was dat, wat een geweldige tocht. We fietsten in de sneeuw en in de regen, met harde tegenwind en in de nawinterzon, over heides en platteland. Kampeerden en hotel-den, met koffiestops bij bakkers die voor ons een zithoek vrijmaakten terwijl buiten de sneeuw viel. Vijf dagen en een ochtend, met de liefde en het fietsplezier die ons al bijna dertig jaar verbinden.
Eind april hebben we de Nightjet naar Zürich geboekt. Daar stappen we uit en fietsen dan terug naar Amersfoort. Via een route die ik aan het bedenken ben, over hoogtes en door bossen, langs een enkele rivier en via de plekken die me vanaf de kaart verleiden. Tent achterop, de vrijheid in ons hoofd, ontdekken in ware vorm. Ik heb meer fietsplannen dit jaar, en voor volgend jaar, als ik weer naar de tweejaarlijkse tunnelconferentie fiets. Die is opnieuw in het noorden.
Ik pak m’n Salsa en fiets verder over het zandpad door het bos. M’n fiets en ik houden van bosgrond en gravel, we gaan als vanzelf over het harde zand, sturen om boomwortels heen, zoeken de beste sporen. We dansen.
In de afgelopen weken heb ik de informatie over de Maasroute losgemaakt uit de pagina met de links naar het verhaal, en er een aparte pagina van gemaakt. De Maasroute is het meest gelezen fietsverhaal, een informatiepagina is daarom op z’n plaats.
Ik meld me weer en wens je alvast veel plezier en voorpret bij de voorbereiding van de tocht die je misschien gaat maken. Tot nader (en blijf fietsen als de wereld je aanvliegt), Piet.
