Laat voor het eten

Niet alle dolers zijn de weg kwijt

Informatie | Fietskleren

Foto hierboven: een greep uit wat er in m’n kast ligt.


Inleiding

De lol blijven houden in het fietsen, ook al is het warm, nat of koud, dat is waar fietskleding over gaat. Wanneer je het behaaglijk warm hebt boeit het niet dat het buiten koud is. Wanneer je droog blijft deert de regen je niet. In de volle zon heb je veel plezier van een shirt dat koel blijft. Met goede fietskleding kun je in elk seizoen buiten zijn en het daar naar je zin hebben.

Wélke kleding de beste is voor bagagefietsers is geen rechttoe-rechtaan verhaal. Dat komt omdat kleding niet alleen iets zegt over wat de drager doet, maar ook over wie de drager is (of wil zijn). Kleding heeft, anders gezegd, te maken met zowel activiteit als identiteit. Hetgeen betekent dat ik, voordat ik kan beginnen met een pagina over fietskleren, tegen een existentiële vraag aan loop: wie of wat ben je, als bagagefietser? Een wielersporter met spullen of een reiziger op de fiets?


Activiteit en identiteit

Activiteit

Onderweg of op YouTube zie ik bagagefietsers met kleding die doet denken aan wat wielrenners dragen: polyester shirts, fietsbroeken en tights. Begrijp ik die logica? Ja. Klopt die ook? Mmm… Ik denk dat je jezelf ermee tekort doet, er is kleding die fietsers als wij meer biedt.

Veldrijden

Oudste zoon Dirk op een veldrijwedstrijd, november 2021.

De logica dat wielrenners en bagagefietsers baat hebben bij dezelfde kleding omdat ze beiden op een fiets zitten houdt geen stand. Die fiets doet er nauwelijks toe, het is niet de fiets die bepaalt welke kleding ideaal is, het is wat je ermee doet. Wielrenners en bagagefietsers doen andere dingen:

  • Een wielrenner is een sporter. Snelheid is alles, al het andere is daaraan ondergeschikt. Fietsen zijn hyperlicht, het zadel niet meer dan een kunststof streep. Behalve een banaan, mini-pomp en binnenband (en twee bandenlichters) heeft een wielrenner niets bij zich, hij of zij moet het doen met de kleding bij vertrek, ook bij onverwachte regen onderweg. De snelheid is hoog (vanaf 30 km/uur), net als zweet- en warmteproductie. Ritten duren een paar uur, thuis gaat de bezwete kleding direct het wasmachien in.
  • Een bagagefietser is een reiziger. Bagagefietsers gaan ver, niet hard, luchtweerstand en zweetproductie zijn minder grote thema’s. Het bagagefietsersbestaan speelt zich deels naast het zadel af: pauzes, bakker, camping, rustdag. In hun tassen zit kleding voor als het weer omslaat: regenjas, trui of handschoenen. Ritten duren de hele dag, en de volgende, en… Na aankomst is er niet altijd gelegenheid (regen, kou, wildkampeerplek) of tijd (late aankomst, de volgende dag weer door) om kleding te wassen.

Activiteit en kleding
Wielrenners en bagagefietsers zetten andere kledingeigenschappen bovenaan de wensenlijst:

  • Een wielrenner wil kleding die de lichaamsvormen volgt, zodat er niets klappert of lucht vangt (minder luchtweerstand betekent meer snelheid), zonder de bewegingsvrijheid te hinderen. Door hun hoge zweetproductie en die onverwachte regenbui (waarvoor ze alleen een dun regenjasje bij zich hebben, if at all) moet kleding snel drogen. Een fietsbroek met dikke zeem is door het minimalistische zadel een must.
  • Een bagagefietser is langer onderweg en wil daarom kleding die niet alleen snel droogt, maar ook comfortabel zit en aanvoelt. Strak hoeft niet, luchtweerstand speelt bij de lagere snelheid een kleinere rol. Door het comfortabele zadel is een dikke zeem niet nodig. Om gewicht en de hoeveelheid spullen in toom te houden is onderwegkleding ook geschikt voor de momenten naast het zadel. Kleding meerdere dagen kunnen dragen zonder wasbeurt-suggestie van medefietser is een plus, kleding drogen kost tijd en gaat moeizaam-tot-niet op koude of natte dagen.

Identiteit

Op een tocht zit je als fietser in een verhaal. Je bent op expeditie naar de Noordkaap, door de grote landschappen van het Noorden. Gaat als pelgrim naar Santiago de Compostela, op een tocht met betekenis. Fietst op een lange reis naar Istanbul, voor de vrijheid van het zwervende bestaan. In dat verhaal ben je iemand: sporter, pelgrim of reiziger. Als dat een rol speelt bij de keuze van je kleding, doet de vraag zich voor of je werkelijk het type fietser uit je verhaal bent.

fietsen Noordkaap

‘Ik ben fietser’, zelffoto op weg naar de Noordkaap, m’n eerste tocht. Compleet leeg. Gelukkig.

Ieders fietsverhaal is persoonlijk, mijn antwoord op die vraag is dat ook: ik heb ontdekt dat ik een reiziger ben, geen sporter. Ik begon met fietsen met het idee dat ik een wielrenner-achtige fietser was (zie ik ben fietser, hieronder), maar merkte dat de fysieke inspanning niet het doel was. M’n werkelijke doel is ontdekken en onderweg zijn (ik ben reiziger), al vind ik fietsen de mooiste manier om dat te doen. Met een paar jaar wedstrijdatletiek als vergelijkingsmateriaal voelt het ook niet als sporten. Al ga ik nog zo stuk op een klim of op een lange rit, het heeft nooit te maken met een wedstrijd of met het verbeteren van een persoonlijk record. Ook in de heftigste klim gaat het mij om de belevenis en de bergen, niet om de prestatie. Of ik bovenkom is geen vraag.

Wat kleding betreft voel ik me thuis bij een reiziger: comfortabele, losjes zittende shirts en truien, sterke broeken met zakken, schoenen waarmee ik ook naast de fiets uit de voeten kan. Die outfit past bij wat ik doe. Andersom, als ik me geen sporter voel wil ik er ook niet zo uitzien. Geen aansluitende kunststof shirts en geen strakke, ‘snelle’ (in de zomer loeihete) polyester fietsbroeken. Ik vind – en u zou me beslist vleien wanneer u daar anders over denkt – het kunnen zien van de contouren van mijn achterwerk in een strakke fietsbroek bovendien niet erg nuttig als ik fietsend met 18 kilometer per uur de wereld ontdek. Ik weet niet zo goed welk doel dat dient.

Deze pagina gaat niet alleen over informatie, maar ook over m’n ontdekkingsreis in het land van de fietskleding. Gaan we.


Kledinglagen en zo

Lagensysteem

In de jaren negentig ontstond het begrip drielagensysteem. Dat onderscheidt drie kledinglagen, elk met een eigen functie. Semi-wetenschappelijke marketing, zeker, maar daarom nog geen onzin:

  1. De onderlaag sluit direct aan op je huid, neemt transpiratievocht op en staat dat af aan de lagen erboven.
    Functie: huid droog houden
  2. De middenlaag houdt je warm, zonder een barrière te vormen voor transpiratievocht dat je kwijt wilt.
    Functie: isoleren
  3. De buitenlaag beschermt alles wat daaronder ligt tegen wind en water en laat tegelijkertijd transpiratievocht van binnen naar buiten door, zodat de drager droog blijft (en de lagen eronder niet voor niets zo hard hebben gewerkt). De buitenlaag is winddicht of waterdicht en tegelijkertijd vochtdoorlatend.
    De term ‘ademend’ wordt ook gebruikt, maar ‘ademen’ veronderstelt iets actiefs, terwijl een kledinglaag alleen passief vocht doorlaat.
    Functie: beschermen tegen wind en neerslag

Vochttransport

Bij het lezen van het lagen-verhaal zou je kunnen denken dat vochttransport iets is uit de marketingkoker: hoezo gaat vocht aan de wandel? En als dat geen verkooppraat is, hoe werkt vochttransport dan? Antwoord: verdamping + overdruk. Vocht, bijvoorbeeld zweet dat in je onderkleding terecht komt, verdampt uit die kleding door de warmte die je huid produceert (hoe snel de verdamping gaat hangt af van het materiaal waaruit het vocht verdampt). Die warmte zorgt daarnaast voor overdruk, die het vocht naar buiten duwt, via de middenlaag naar de buitenste laag. Daar aangekomen passeert het de (vochtdoorlatende) laag van je softshell of hardshell mits het daaronder warmer is dan daarbuiten. Bij fietsen in de regen bij warm weer is het drukverschil tussen de ene en de andere kant van de buitenlaag te klein en heb je van het doorlaten van vocht niets te verwachten.

Doelen

Het lagensysteem wil twee dingen:

  • de drager warm houden wanneer afkoeling niet de bedoeling is. Vochtafvoer (droog blijven onder je jas) speelt daarbij een sleutelrol;
  • een modulaire kledingopbouw. Daardoor trek je niet teveel in één keer uit. Wat is daar anders aan? In de winter dragen veel mensen een winterjas, die zowel de isolerende als de beschermende laag vormt. Dat kan geen kwaad, wanneer je in de winter naar je werk fietst en daar je jas uittrekt, hoeft wat daaronder zit maar een beetje te isoleren, binnen is het twintig graden. Wanneer je buiten leeft, zoals op een fietstocht in november, trek je met een winterjas zowel bescherming als isolatie uit en sta je letterlijk in je hemd. Dat is geen goed idee. Door de lagen te scheiden kun je de warmtelaag uittrekken wanneer de zon doorbreekt en het waait, of kun je de beschermende laag uitdoen wanneer het koel en windstil is.

Kanttekeningen

Het lagensysteem is zo ingeburgerd dat het, in goed Frans, une vérité comme une vache lijkt. Toch heeft het meerdere kanttekeningen:

  • Het gaat altijd over het bovenlijf en nooit over het onderlijf. Bij kou hebben ook je benen twee lagen nodig, een isolerende en een beschermende.
  • Bij kou heeft (dikker) ondergoed ook een isolerende functie. Omdat ondergoed aansluit op je huid is die isolatie erg effectief (probeer maar).
  • Bij kou bestaat – als je het goed doet – de middenlaag uit twee isolerende lagen. Daarvan kun je er een uitdoen als je bergop fietst of wanneer de ochtendkou verdwenen is.
  • Wanneer je bij kou een tocht maakt waarbij je ’s avonds niet naar binnen wilt of kunt (bijvoorbeeld als je wild kampeert), neem je een vierde laag mee, meestal een donsjas (licht, neemt weinig ruimte in) die je op de kampeerplek aandoet wanneer je stilzit, zoals bij het koken.
  • Het draagcomfort krijgt weinig aandacht. Dat draagcomfort verschilt van materiaal tot materiaal. Merinowol heeft een groter temperatuurbereik dan kunststof, polyester ondergoed voelt bij hogere temperaturen eerder broeierig aan dan wol.
  • Kleding is niet genoeg om warm te blijven, voldoende circulatie is een essentiële, vergeten factor. Een goede doorbloeding is een voorwaarde voor warm worden en warm blijven. Je kunt twee paar sokken aantrekken, maar in strak zittende schoenen krijg je alsnog koude voeten. Te kleine handschoenen geven koude handen. Koude benen (omdat je alleen een broek of tight draagt en geen isolerende laag) zorgen gegarandeerd voor koude voeten.

    Ochtendzon op de Grimberghoeve

    Ochtendzon op de Grimberghoeve, op de tocht naar Stavanger. ’s Morgens vroor het, een donsjas was m’n vriend (videobeeld).

Tot slot: het lagensysteem is pas relevant wanneer afkoeling kan leiden tot onderkoeling. Een tropische regenbui (zie het voorbeeld bij ik ben reiziger) koelt bijvoorbeeld aangenaam af wanneer je voortdurend in 32 graden fietst. Langzaam drogend katoen is dan veel fijner dan sneldrogende en warmte-geleidende kunststof. Het lagensysteem is een goed concept, maar geen blauwdruk voor alle weersomstandigheden.


Onderkleding

Shirts

Merinowollen shirt fietsen

Merinowollen shirts waarin ik fiets. Helemaal links de warmste, rechts die met korte mouwen. Elk shirt heeft z’n herinneringen.

Wat ik draag
Merinowollen T-shirts, merken: Icebreaker, Woolpower, Patagonia en Decathlon. Bij kou draag ik een Crewneck Lite van Woolpower, lange mouw, lange mouwen (handig als fietser), aansluitend op het lichaam. Het warmste ondershirt dat ik ken. Vriend. Bij milde kou draag ik shirts met lange mouw, in de zomer shirts met korte mouw.

Achtergrond: functie
Een shirt moet in verschillende weersomstandigheden verschillende dingen doen:

  • Op warme dagen hoeft een shirt alleen je huid te beschermen tegen de zon. Vochtafvoer is bij warmte geen issue, als je na een klim bezweet en met een nat shirt bovenkomt, zorgt dat in de afdaling voor een aangename verkoeling. Bij warm weer is dat shirt in no-time weer droog, waar het ook van gemaakt is.
  • Op koele of koudere dagen houdt een ondershirt je huid droog en voorkomt het dat je bij inspanning te zeer afkoelt. Zie het lagensysteem.
  • Bij kou levert een ondershirt een bijdrage aan de isolatie, omdat het aansluit op je huid en daardoor zeer effectief isoleert.

Een ondershirt mag voor mij geen rits hebben. Een rits betekent een kraagje en een verdikking aan de bovenkant, die in de weg zitten als ik er een trui overheen draag. Daar zit bij mij wel een rits in (warmteregeling), dus dat zou rits-op-rits worden.

Achtergrond: materiaal
Ik neem niet voor elk weertype een shirt mee. Ondershirts zijn het liefst allround en doen hun werk op zowel warme als koele dagen. Welk materiaal kan dat?

  • Katoen heeft de slechtste papieren voor een allrounder. Een voordeel is dat het – natuurlijk materiaal – warmte niet geleidt (zie hieronder) wanneer je in de volle zon fietst. Grootste nadeel is dat het heel langzaam droogt, terwijl het vocht opneemt als een dolle. Nat katoen isoleert bovendien niet.
  • Polyester is de keuze van wielrenners, die voortdurend hard werken en veel zweten. Polyester met elastaan (lycra) droogt snel, is elastisch en voegt zich naar het lichaam. Voor wielrenners is dat prettig omdat er niets flappert. Voor bagagefietsers is polyester minder ideaal. Het geleidt bijvoorbeeld warmte. Hang een polyester, een katoenen en een wollen shirt een paar minuten in de volle zon en voel het verschil. Lichaamsbacteriën zijn gék op polyester, dat al na een dag gaat ruiken. Als je ook nog weet dat je polyester niet heet mag wassen, begrijp je waarom inhalende racefietsers een wolk van wasmiddelgeur verspreiden: pure maskering. Snel drogen is niet altijd een voordeel: wanneer transpiratievocht snel uit een onderlaag verdampt onttrekt dat in korte tijd veel warmte aan je huid. Wanneer je hard aan het werk bent (klim) boeit dat niet, maar in rust (afdaling na de klim) ben je beter af met een gelijkmatiger warmteverlies, zoals bij wol. Polyester voelt bij kou zelden behaaglijk, in de zon blijft het onaangenaam warm. Ik wil het niet aan m’n lijf hebben.
  • Merinowol heeft bagagefietsers meer te bieden. Misschien denk je wol? Dat schapenhaar dat alle kanten op jeukt en in de zomer veel te warm is? Verklaarbaar, maar merinowol is een ander verhaal. Het is de zachte, niet-kriebelende en enigszins kwetsbare wol van het merinoschaap, die bij veel actievelingen het kunststof heeft verdrongen. Een merinowollen shirt geeft warmte in de winter en koelte in de zomer. Dat is geen magie of marketing, dat is hoe Moeder Natuur dat in duizenden jaren evolutie heeft uitgevogeld: wol geleidt geen warmte. Wol droogt sneller dan katoen, niet zo snel als polyester en snel genoeg om warm te blijven, wol die vochtig is geworden blijft isoleren en goed aanvoelen. Het heeft een groot temperatuurbereik (wordt minder snel broeierig en benauwd dan kunststof) en kun je dágen achter elkaar aan (m’n record is twaalf dagen) zonder dat het gaat stinken, wol is van nature antibacterieel. Vanaf 2016 draag ik alleen nog merinowol, in verschillende diktes, bij alle temperaturen en weertypen, en wil niets anders meer.

Onderbroek

Gonso Sitivo U M

Gonso Sitivo U M fietsonderbroek.

Wat ik draag
Meestal: merinowollen onderbroek zonder naden, Anatomica boxer van Icebreaker.

Langere ritten (vanaf 110-120 kilometer): fietsonderbroek, Gonso Sitivo U M (‘U’ van Unterwäsche, ‘M’ van Männer, damesversie heet Sitivo U W). De Gonso Sitivo is er in drie varianten, te herkennen aan de kleur van de zeem: de blauwe zeem is voor een rechtophouding, de groene zeem voor een halfdiepe fietshouding, de rode zeem voor een diepe fietshouding. Verschillende fietshoudingen zorgen voor verschillende drukpunten (meer of juist minder druk bij het kruis of op het zitvlak), zeemdiktes en zeemdichtheden zijn daarop afgestemd. Ik gebruik de fietsonderbroek met de groene zeem, die past het beste bij mijn fietshouding. Gonso’s vallen klein, ik heb daar een maat groter in dan in gewoon ondergoed.

Achtergrond: functie
Je achterste vormt een van de drie contactpunten tussen fietser en fiets (handen en voeten zijn de andere twee). Daar trekken veel fietsers iets anders aan dan wanneer ze gaan wandelen. Omdat het achterwerk uren achter elkaar in contact staat met het zadel moet een onderbroek:

  • geen naden op het zitvlak hebben. Naden schuren, vooral wanneer je zweet. Bij een hele dag in het zadel, en nog een, en nog een, en… hebben schurende naden een verwoestende uitwerking op je huid;
  • je huid droog houden. Een vochtige huid beschadigt sneller, met het risico op ontstekingen en pijnlijke schaafplekken;
  • wanneer nodig: een dun kussen vormen tussen je onderkant en het zadel.

Het gaat meestal over de laatste eigenschap, maar de eerste twee zijn net zo belangrijk bij het voorkomen van zadelpijn.

Achtergrond: zeem of geen zeem
Een zeem in je broek heeft geen naden, houdt je kont droog en werkt als een kussen. Een zeem is daarom populair onder fietsers, maar de ene broek-met-zeem is de andere niet:

  • Wielrenners dragen een fietsbroek, een strakke en elastische lycra-polyester broek met dikke zeem. Die zeem heeft dezelfde functie en stugheid als het gel van een gelzadel. Dat moet ook wel, een racezadel is keihard, bij wielrenners moet het zitcomfort van hun fietsbroek komen, van het zadel hebben ze niets te verwachten. Een fietsbroek is bedoeld om te dragen zonder iets erover.
  • Een fietsonderbroek draag je als ondergoed. De stof is dunner, luchtiger en laat vocht beter door. De zeem is soepeler en, omdat toerzadels breder zijn dan racezadels, meestal groter.

Een fietsonderbroek, als ik ‘m aanheb, vind ik fijner dragen dan een fietsbroek en is geschikter voor wat ik doe. Op tochten draag ik een (korte/lange) broek met zakken, iets-met-zeem gaat daaronder en moet dus zo dun en luchtig mogelijk zijn. Op warme dagen wordt een fietsbroek benauwd, in de zon wordt het strakke donkere polyester onaangenaam heet. De stugge zeem voelt als een luier en is meer dan m’n kont nodig heeft op het zadel waarmee ik fiets. Fietsbroeken heb ik daarom na m’n beginperiode de deur uitgedaan. Elsbeth heeft het op onze reis nog geprobeerd, maar is in gewoon ondergoed verdergegaan, net als Berber waarmee ik m’n eerste reis (ook grotendeels door Azië) maakte.

Het liefst draag ik helemaal geen zeem. Die zit – hoe dun ook – aan de voorkant in de weg, als u begrijpt wat ik bedoel. Voor gangbare ritten, tot zo’n 120 kilometer, bevalt een naadloze merinowollen onderbroek me prima, omdat-ie aangenaam blijft aanvoelen en m’n huid droog houdt. Op dergelijke ritten fiets ik zeemloos. Voor lange tochten als de Fietselfstedentocht (235 kilometer) is een beetje extra polstering nog steeds fijn en komt de fietsonderbroek uit de kast.

Zadelpijn en wat helpt

Praat met niet-fietsers over je fietsavontuur en het gesprek komt binnen één minuut op dat ene onderwerp: zadelpijn. Daar word ik een beetje moe van, maar ik begrijp het wel, zadelpijn is vooral een ding voor wie weinig fietst. Er is zadelpijn en zadelpijn.

Assos chamois creme

Assos chamois crème, verkrijgbaar in 200 ml (links) en 75 ml potjes, voor heren (links) en dames (rechts, zonder menthol). Op de voorgrond een potje van Muji waarin ik de hoeveelheid crème overhevel die ik op een tocht gebruik.

Zere kont
Klassieke zadelpijn – een zere kont die maakt dat je niet meer weet hoe je moet zitten – komt doordat je achterwerk niet gewend is aan een langere tijd op het zadel. Het enige wat daar echt tegen helpt is regelmatig afstanden fietsen, het hele jaar door. Misschien een lastige waarheid, maar als je fiets alleen in de zomer uit de schuur komt om met jou naar Rome of de Middellandse Zee te gaan, kun je dikke zemen dragen wat je wilt, maar krijg je onherroepelijk zadelpijn. Gewenning aan het zadel kun je opbouwen door vaak te fietsen. Niet alleen naar het Kruidvat of het gemeentehuis, maar ook regelmatig (twee of drie keer per week) ritten van twintig tot veertig kilometer, met af en toe uitschieters naar de dagafstand die je op een tocht fietst. Dat is niet alleen goed voor je achterwerk, maar ook voor je lijf (hart-longsysteem, doorbloeding, gewrichten) en je hoofd (balans, ontspanning). Fietsen doet veel meer met je dan alleen bewegen, een groot deel van deze website gaat daarover.

Zere huid
De andere zadelpijn wordt veroorzaakt door schaafplekken of kleine ontstekingen van de huid. Die kun je op een paar manieren tegengaan:

  • voorkomen dat er (onderbroek)naden zitten tussen je huid en het zadel;
  • je huid droog houden tijdens het fietsen. Draag geen katoen, maar bijvoorbeeld wol of een zeem;
  • huidcrème aanbrengen vóór het fietsen. Ik zweer bij de chamois crème van Assos (zoek op hun website op care products), die de wrijving tussen je huid en onderbroek/zeem vermindert, je huid verzorgt en licht ontsmet. Werkt bij mij. Goed uit te wassen omdat het niet vet is (zoals bijvoorbeeld uierzalf), in heren- en damesversies, in potjes van 75 en 200 ml, verkrijgbaar bij veel fiets-webshops.
Betonplaatweg Oost-Duitsland

Betonplaat-weg in Oost-Duitsland, ten westen van Magdeburg, op een tocht van Berlijn naar Amersfoort in oktober 2025. Test-tocht voor zeemloos fietsen (videobeeld).


Broeken

Broeken fiets

Links de dikkere broek voor wintertochten, rechts de broek voor tochten in de overige seizoenen.

Wat ik draag
Hikingbroek, kort/lang en dun/dik afhankelijk van seizoen en temperatuur | Nylon | Meerdere zakken, zitvlak en kniestukken van elastische (bij de winterversie waterdichte) stof, voorgevormde kniestukken voor meer bewegingsvrijheid, verstelbaar elastiek onderaan de pijpen (geen broek-klem nodig) | Merk: Haglöfs.

Achtergrond: functie
Vraag iemand die de Camino de Santiago loopt wat voor broek hij of zij aanheeft, een strakke tight of een broek met zakken. Dikke kans dat je een verbaasde blik krijgt (of je het wel begrepen hebt). Een hiking- of trekkingbroek is slijtvast en bestand tegen pauzes op boomstammen, ruwe houten banken of rotsen. Zakken zijn onmisbaar voor klein spul zonder dat je daarvoor iets hoeft open te ritsen. Ze drogen snel en zijn behoorlijk winddicht, waardoor ze voor je benen een barrière vormen tegen lichte kou en neerslag. Voor een lange-afstandswandelaar is zo’n broek niet iets waar-ie lang over hoeft na te denken. Waarom zou je dat als fietser wel doen?

Deze fietser was er snel uit. Ik doe hetzelfde als die camino-ganger, dat ik op een fiets zit verandert daar niets aan. Ik maak een tocht waarbij ik onderweg van alles tegenkom waartegen een broek bestand moet zijn, zeker als ik wild kampeer. Winddicht en sneldrogend is fijn. Zakken zijn voor mij onmisbaar. Voor die ouderwetse zakdoek die ik altijd bij me heb, bij kou tegen een druppelneus, in de warmte om te voorkomen dat zweet m’n ogen in loopt. Voor lege verpakkingen van Sultana’s of ander grijpvoer, voor schone (rechterzak) of gebruikte (linkerzak) plaspapiertjes, voor m’n telefoon en pasjeshouder bij een supermarktstop, voor… Veel dingen, net als bij die wandelaar. Zo’n broek is minder aerodynamisch dan iets straks, maar fietsen in een tight op een niet-ligfiets, met windvangend bovenlijf en fietstassen, is hetzelfde als met een Formule 1-outfit in een asfalteermachine stappen: doe het als het lekker zit, maar verwacht niet te veel van het effect. En zelfs al zou een hikingbroek per saldo meer luchtweerstand hebben dan een tight, dan nog boeit dat niet. Ik ben niet die sporter, ik ben op reis. Dan heb ik het meeste aan zo’n broek, that’s all there is to it.


Truien

Merinowol Uniqlo

Merinowollen truien van Uniqlo.

Wat ik draag
Merinowollen truien van verschillende diktes, met en zonder rits. Merken: Icebreaker, Woolpower, Uniqlo.

Het koud hebben ondergraaft m’n fietsplezier, ik zorg er altijd voor dat me dat niet overkomt en neem twee truien mee: een dunnere waarin ik fiets, een dikkere voor als de kou onderweg toeslaat, voor een koude start en voor kille avonden.

Dun en dik
Icebreaker is goed in dunne truien met rits, Uniqlo heeft verbazend goede merinowollen truien zonder rits (er is ook een model met rits, maar dat is mij te wijd voor op de fiets en isoleert minder effectief), in veel kleuren en voor de helft van wat een vergelijkbare trui van Icebreaker kost.

Bij dikke truien gaat gewicht meespelen, wol is – met alle voordelen die het heeft – nu eenmaal zwaarder dan een polyester fleece. Woolpower is goed in dikke truien, die gebreid zijn als badstof (Woolpower noemt het ullfrotté, wolbadstof) waardoor ze goed isoleren en toch licht genoeg blijven voor in de fietstas. Doordat het garen versterkt is met polyester en polyamide (nylon), is de trui slijtvast en zelfs op 60 graden wasbaar (mocht je dat willen).

Woolpower ullfrotté fiets

Woolpower Zip Turtleneck 200, ullfrotté, 200 g/m2. Gaat altijd mee.

Woolpower wordt gemaakt in Östersund, Zweden. Detail: op het label staat wie je trui in elkaar heeft gezet. Angelica, bedankt!

Achtergrond: diktes
In de naam van een trui of in het label ervan staat soms een getal, dat het gewicht van de stof in gram per vierkante meter aanduidt. Hoe zwaarder de stof, hoe dikker de trui, hoe warmer de trui (vooropgesteld dat de truien van hetzelfde type stof zijn). Icebreaker is consequent in die aanduiding, waardoor je hun truien en shirts goed met elkaar kunt vergelijken en – uitgaande van de ervaring die je met een bepaalde dikte hebt – een model kunt kiezen met de isolatiewaarde die je zoekt. Mijn Icebreaker zomershirts (korte mouw) zijn 150 g/m², voor-/najaarshirts (lange mouw) zijn 200 g/m², de dunne truien voor onderweg zijn 260 g/m².

Het vergelijken van diktes van truien van verschillende merken gaat niet altijd goed. Door het breiproces bevat Ullfrotté 200 van Woolpower, bij hetzelfde gewicht in g/m², meer lucht en is daardoor dikker en warmer dan een Icebreaker shirt of trui van 200 g/m².


Haglöfs softshell fietsen

Vertrek op m’n tocht naar Stavanger. Met Haglöfs softshell en winterbroek.

Jassen

Wat ik draag (meestal)
In de koudere maanden: gevoerde softshell van Haglöfs, wereldjas die sinds de aankoop in 2013 al drie keer bij de kleermaker is geweest (de ritsen begeven het op den duur een voor een, met de stof is niets aan de hand) en die ik waarschijnlijk tot de laatste draad opdraag. In de warmere maanden: een dunne softshell van Gore die, als de ochtendkou weg is of in hartje zomer, in de fietstas weinig ruimte inneemt.

Wat ik draag (bij regen of sneeuw)
Gore-Tex jas met twee steekzakken en een borstzak (telefoon), verlengd achterpand (achterwerk beschermd bij een half-diepe fietshouding), grote capuchon die over m’n helm heen kan, verder niet teveel trucs zodat de jas in m’n fietstas niet teveel ruimte inneemt. Merken: Gorewear (dat is er in maart 2026 helaas mee opgehouden), Patagonia, Black Diamond.

De informatie over Gore-Tex op Wikipedia is achterhaald, tegenwoordig gebruikt Gore expanded polyethyleen (ePE) omdat het ePTFE van het klassieke Gore-Tex tot de PFAS-familie van chemische verbindingen behoort, die in de natuur niet afbreekbaar zijn. 

Achtergrond: softshells en hardshells
Een jas of broek die winddicht en vochtdoorlatend is heet softshell, een jas die waterdicht en vochtdoorlatend is wordt hardshell genoemd. Een hardshell is zowel wind- als waterdicht, dus waarom bestaan er nog softshells? Materiaal dat alleen winddicht is laat vocht beter door dan materiaal dat ook nog waterdicht is. Als het niet regent, maar ik wel last hebt van kou of wind draag ik daarom een softshell, de regenjas komt alleen bij regen of sneeuw uit de fietstas.

De techniek achter shells

Winddicht is een stof door een van twee technieken. De eerste is het heel dicht weven van de stof, waardoor wind er moeilijk doorheen kan, terwijl vocht daar geen moeite mee heeft. Dat levert soepele en zeer goed vochtdoorlatende kleding op. De andere manier is het in de stof verwerken van een laag. Die laag is volledig winddicht, terwijl vocht van binnen naar buiten wordt doorgelaten. Een voorbeeld is Gore Windstopper, waarin een laag is verwerkt met minuscule poriën die groot genoeg zijn om waterdamp door te laten, maar klein genoeg om wind tegen te houden. De laag is aan de ene kant verlijmd met een slijtvaste buitenstof en aan de andere kant met een (licht) isolerende binnenstof. Dat geheel van lagen heet laminaat. De winddichtheid van dit type – iets stuggere en zwaardere – kleding is onovertroffen, terwijl de vochtdoorlatendheid ook bij stevige inspanning goed is. Het laminaat zelf is meestal waterdicht genoeg voor lichte regen, maar het kledingstuk in z’n geheel is dat niet omdat de naden niet met tape zijn afgedicht. Bij een hogere waterdruk, zoals onder schouderbanden van een rugzak of wanneer je op je knieën zit op een natte ondergrond, is de waterdichtheid van een winddicht laminaat bovendien ontoereikend en krijg je natte schouders of knieën.

Waterdicht is een stof door toepassing van een laminaat of coating. Een coating wordt in vloeibare vorm aan de binnenkant van de dragende stof aangebracht. Lamineren is een duurder proces dan coaten, maar een laminaat is slijtvaster en behoudt langer z’n waterdichtheid. Het doorlaten van vocht is mogelijk doordat het laminaat of de coating (a) minuscule poriën bevat, zie het Windstopper-voorbeeld of (b) door een scheikundige werking watermoleculen doorlaat zonder dat sprake is van openingen in de laag. Om volledig waterdicht te kunnen zijn, is de waterdichtheid van de stof niet genoeg. Daarom worden de naden van waterdichte kleding afgedicht met tape. Ook wordt extra aandacht besteed aan ritsen (afdekken of een waterdicht type gebruiken) en het afdekken van zakken en andere openingen.


Fietsen Noordkaap

Alfta, Zweden. Fiets en fietsoutfit op weg naar de Noordkaap.

Ik ben fietser

Toen ik had besloten om wereldfietser te worden en bij wijze van proefrit naar de Noordkaap wilde fietsen, stapte ik in een voor mij nieuwe wereld. Tot dan toe maakte ik rugzaktochten door Zweden, de Alpen of door de jungle van Sarawak. Met grote schoenen, een rugzak en eten voor een week. Of ik reisde door Israël, met streekbussen en dezelfde rugzak.

Als fietser ging ik andere dingen doen. Daar hoorde, daar was ik vast van overtuigd, andere kleding bij. Welke? Ik richtte m’n blik op m’n vrienden – die naar Australië waren gefietst – en op wat wielrenners droegen. Dat was om te beginnen een fietsbroek, zo’n zwarte met een dikke zeem. En natuurlijk fietshandschoenen, wielrenners droegen die ook. Lage wandelschoenen die lichter en soepeler waren dan m’n bergwandelschoenen, maar stevig genoeg om m’n pedalen niet te voelen. De rest van m’n outfit bleef hetzelfde: meerdere lagen om warm en droog te blijven.

Groot geluk, toch minder handig

Hoe dat beviel? Door wat ik droeg voelde ik me de fietser, de beginnende wereldfietser, die ik wilde zijn. Dat gevoel bracht me, na de zware eerste dagen van de Noordkaaptocht, een geluk tot in het diepst van m’n ziel. Al vond ik sommige dingen na verloop van tijd minder handig. De dikke zeem van de fietsbroek was weliswaar fijn voor een kont die nog geen lange fietsdagen gewend was, in combinatie met een nieuw en hard (niet ingereden) leren Brooks zadel. Maar die fietsbroek had geen zakken waar iets in kon, het was bovendien een enkele kledinglaag die snel te koud werd in de bewolkte noordelijke dagen. De fietshandschoenen waren echte fietsersdingen, maar zaten in de weg als ik m’n stuur niet vast had. Kleine ongemakken die ik voor lief nam omdat ze nu eenmaal hoorden bij het fietser worden. Dat is wat ik het allerliefste wilde.

Fietsen Noordkaap

In Zweden doen ze aan bosbouw.


Ik ben reiziger – deel 1

M’n wereldfiets-carrière had het verloop waarop ik hoopte. Van oktober 1995 tot juli 1996 maakte ik m’n eerste grote fietsreis. Vriendin Berber en ik vlogen naar Jakarta en begonnen daar onze tocht. Java, Sumatra, peninsular Maleisië, Thailand. Vliegen naar Delhi. Fietsen van Delhi naar Jaisalmer en terug naar Agra. Fietsen van Varanasi naar Kathmandu, een trek rond de Annapurna’s, terug Noord-India in, naar de Tibetaanse gemeenschap in McLeod Ganj. De Dalai Lama zien. Vliegen naar Rome, naar Nederland fietsen. Moeilijk kunnen wennen. Nog zo’n reis willen maken.

Stuurlint

Stuur met absorberend stuurlint op de Orbit-randonneur waarmee ik naar de Noordkaap fietste.

Fietsbroeken

De fietsbroeken gingen weer mee, maar in heet Azië vond ik ze met de dag onprettiger. Behalve dat ze te strak (de lichaamsvormen niet verhullend) waren voor kuis, islamitisch Indonesië, Maleisië, Zuid-Thailand en Noord-India, vond ik ze onaangenaam warm en benauwd. Het zwarte polyester werd loeiheet in de zon en de dikke zeem stond een goede vochtregulering in de weg. Berber had dat bij een proeftocht al gezien en fietste in gewoon ondergoed, ik bedankte na thuiskomst m’n fietsbroeken voorgoed voor hun diensten.

Fietshandschoenen

De fietshandschoenen verdwenen na de Noordkaaptocht in het herinneringenkrat. In het noorden waren ze op frisse dagen prettig, in het hete zuiden wilde ik niets straks en zweterigs aan m’n handen hebben. De redenen waarom wielrenners ze dragen (bescherming van je handen bij een val, bij regen of zweten betere grip op het stuur) waren bij wat ik deed minder aan de orde: de kans op vallen was kleiner dan bij wielrenners (de meeste valpartijen ontstaan door het dicht op anderen rijden) en mijn stuur was (en is) bedekt met foam met katoenen stuurlint (info hier) met goede grip in alle omstandigheden.

Shirts en schoenen

In de tien maanden van deze reis was gevaar voor afkoeling geen thema. In de warmte hoeven shirts niet sneldrogend te zijn, alleen zo koel mogelijk. We droegen voornamelijk katoen (ik was destijds nog niet into wol), dat koeler is dan polyester. In de moessonregens van Sumatra was het heerlijk om ons zo nat mogelijk te laten regenen: hoe langer het katoen daarna nodig had om te drogen, hoe langer dat warmte aan onze lijven onttrok. Aan onze voeten hadden we Teva-sandalen, die aangenaam koel waren en in guesthouses dienst deden als doucheslippers. Voor koudere dagen (Noord-India in januari) en voor de trek in Nepal hadden we halfhoge wandelschoenen bij ons.

Ik ben reiziger – deel 2

In 1999 en 2000 maakten Elsbeth en ik onze reis. In die twintig maanden fietsten we voornamelijk door islamitische landen, met in het eerste jaar een aaneengesloten periode van zes maanden door Turkije, Iran en Pakistan. In die landen is het dragen van een strakke fietsbroek met blote benen zoiets als naar een begrafenis gaan in je zwembroek: het mag wel (niet in Iran), maar ik zou het niet doen. Het zorgt voor onbegrip en schept afstand. Dat wilden we voorkomen door bij wat we droegen rekening te houden met de gewoonten en gevoeligheden – religieus en cultureel – van de landen waar we doorheen fietsten. Dat leek ons behalve respectvol ook de beste manier om met mensen in contact te komen. Dus in elk geval geen strakke kleding die veel huid onbedekt laat.

Wild kamperen fietsen Turkije

Wild kamperen in Turkije, de binnentent is genoeg. Het is helaas overduidelijk hoe zwaar Elsbeth het heeft.

Fietsonderbroeken

Als bij 35 graden een fietsbroek al te warm en te benauwd was, dan zeker geen fietsbroek met daaroverheen iets om de lichaamsvormen te verhullen. M’n kont wilde echter wel een beetje ontzien worden, dus ging ik op zoek naar iets-met-zeem dat koeler en luchtiger was dan een fietsbroek. De fietsonderbroek voldeed aan die wensen. Elsbeth ging na de eerste warme weken in Turkije over van fietsbroeken op gewoon ondergoed.

De rest van onze outfit

Na Istanbul en het toeristische westen van Turkije fietsten we over het Turkse platteland, waar Elsbeth haar benen bedekte met een katoenen rok. Vanaf Konya kwamen we in een behoudend deel van Turkije en bedekte ook ik m’n benen met een lange flodderbroek die ik in Konya liet maken. Elsbeth droeg vanaf Istanbul een hoofddoek, die haar veel positieve reacties opleverde.

Nog een stap kuiser werd onze kleding vanaf de Turks-Iraanse grens. We lieten beiden een shalwar kameez maken, een overhemd-lange-mouwen tot op de knie met daaronder een wijde lange broek. Zo waren zowel armen als benen bedekt. Bij vrouwen móet dat volgens de Iraanse wet, ik deed met Elsbeth mee uit solidariteit. Dat fietste niet verkeerd, ik merkte dat lange mouwen en broekspijpen m’n huid beschermden tegen de zon, zonder dat dat warmer aanvoelde. Bij onze half-diepe fietshouding waaide de rijwind verkoelend onder onze hemden door. Onze voeten bedekten we door sokken-in-sandalen. Daar zijn gelukkig weinig foto’s van, maar blote voeten mag nu eenmaal niet in Iran, en sandalen zijn in de warmte te fijn om te verruilen voor dichte schoenen.

Onze kleding werkte. We bleven overduidelijk bezoekers uit het verre buitenland, maar voelden ons steeds geaccepteerd en gerespecteerd, waardoor contact maken niet moeilijk was. Contact is niet alleen leuk, maar ook nodig bij het vinden van een veilige slaapplaats, water, eten of de kortste weg.

Kamperen Shurgaz Iran

Kamperen bij Shurgaz in de Dasht-e Lut woestijn, Iran. Ik in shalwar kameez.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.