Foto hierboven: Diefdijk tussen Leerdam en Culemborg.
Iets voor half zes word ik wakker. Het wordt licht en de wc roept, meteen maar aankleden en eruit. Eigenlijk prima, ik houd van een vroege start, de eerste uren van de dag zijn de mooiste. De heldere lucht doet die belofte ook vandaag.
Ik sta tussen campers en caravans met jonge kinderen (van de bewoners, niet van de caravans), ’s morgens om zes uur laat ik hier m’n DragonFly benzinebrander niet razen. Ontbijten doe ik later wel. Ik pak alles in en fiets om half zeven weg, dikke trui aan, muts op en handschoenen aan. Het is 1 mei.
Voor me alleen
De lucht heeft geen enkele wolk, als een onberispelijk schone lei waarmee de dag begint. De zon komt op boven de weilanden bij De Reekens, ik heb de wereld voor me alleen.
Langs velden en sloten fiets ik naar vestingstad Heusden. De lage zon schijnt door flarden nevel boven het land. Een enkel geluid op een erf, een fietser komt voorbij. Goud. Deze eerste kilometers, het licht, de stille morgen.
Niet erg
Vanaf het fietspad langs de vestingwerken aan de zuidkant van de stad zie ik niets van Heusden. Niet erg, mooier dan wat ik daarnet tussen de weilanden zag wordt het niet, ik fiets regelmatig door Naarden en Muiden, vestingen zijn me niet onbekend.
Waar de Heusdenseweg de vestingwallen doorsnijdt en de zuidoostelijke toegang tot de stad vormt zet ik m’n fiets op de standaard en maak een foto. Dezelfde foto heb ik afgelopen december gemaakt, in de verwachting dat ik hier op weg naar Rome voorbij zou komen en later de beide foto’s zou kunnen vergelijken. Inmiddels is m’n plan gewijzigd. M’n (eigen) route tussen Amersfoort en Maastricht, waar Benjaminse z’n route laat beginnen, heb ik omgelegd en ingekort. Omdat ik na Rome een stuk terugfiets, naar Milaan waar ik Elsbeth en de mannen zie, heb ik mezelf een dag minder gegeven om de grote stad te bereiken, 20 in plaats van 21. Dan helpt het als ik op de eerste dag vijftien kilometer minder hoef.
Kleine dingen
Via een lelijk bedrijventerrein aan de oostkant van de stad verlaat ik Heusden en fiets over de dijk naar de pont over de Bergsche Maas bij Herpt. Ik ben er een paar minuten voor zeven en fiets het platte vaartuig op. De schipper komt zich verontschuldigen, “we wachten nog heel even want de eerste overtocht is om zeven uur”. Als het zover is gaat de op- en afrijplaat omhoog en vaart hij ronkend de Maas op, om na tien meter te stoppen en terug te keren. Er is net een auto aangekomen, die pikt hij op. Attent, de schipper en de vaste gebruikers van de pont zullen elkaar kennen. Het zonlicht door de weilandnevel, de slapende vesting, de overtocht over de Maas, het zijn kleine dingen die het avontuur van vanmorgen maken.
Allerlei ellende
Aan de andere kant van de Bergsche Maas fiets ik over een bijna-eiland, een stuk rivierenland dat aan de noordkant en deels aan de oostkant wordt begrensd door de Afgedamde Maas, aan de westkant door het Heusdensch Kanaal en aan de zuidkant door de Bergsche Maas. Wat nu de Afgedamde Maas heet, vormde tot 1904 een verbinding tussen de Maas in het zuiden en de Waal in het noorden. Dat gaf allerlei ellende, waaronder het overstromen van land wanneer de Maas haar water niet kwijt kon door een hoge waterstand in de Waal. Die verbinding werd doorgeknipt bij Well, waarbij de Maas voortaan verder liep via de nieuw gegraven Bergsche Maas. Een kanaal dus, geen rivier. Nooit geweten.
Bij het fietsen van de Maasroute in 2022 heb ik dat verder toegelicht.
Gebeurtenis
De nevel trekt op en geeft de zon het toneel, het akker- en grasland stroomt over van het licht van de meizon. Een ooievaar loopt statig over een akker, ik maak er foto’s van. Als kind, opgroeiend in Zwolle, gingen we in het voorjaar met de auto naar Wapenveld, om te kijken naar een ooievaarsnest op een schoorsteen. Het enige in de wijde omtrek, waarschijnlijk zelfs een van de weinige in Nederland. Als ze thuis waren was het zien van de grote wit-zwarte vogels met hun oranje snavels een gebeurtenis, als een safari in de IJsselvallei. Nu zijn er veel meer ooievaars, maar ik stop nog steeds wanneer ik er een door een weiland zie paraderen.
Gerestaureerd
Aan de noordkant van het bijna-eiland staat kasteel Nederhemert in een groen bosvierkant middenin de weilanden. In de Tweede Wereldoorlog uitgebrand en grotendeels verwoest, daarna weer opgebouwd en gerestaureerd. Er ligt een gracht omheen, de kasteeltuin is leeg en aangeharkt, er zit nu een bedrijf in.
Aan de rand van het kleine bos ligt een natuurkampeerterrein, achteraf gezien had ik daar ook kunnen staan. Dan had ik niet die vroege overtocht over de Bergsche Maas gehad, misschien niet dat lage zonlicht gezien.
Er staat een bank, op de beste ontbijtplek die ik me kan wensen. Ik steek de brander aan en maak koffie. Ontbijt in het zonlicht dat tussen de bomen door valt, hoor vogels kwetteren en, op het terrein achter me, kampeerders wakker worden.
Zelfs
Om tien over acht sta ik aan de Afgedamde Maas, waar van maart tot en met oktober (niet op zondagen) het Drs. P veer Nederhemert vaart. Volgens de website is de eerste overtocht naar Nederhemert-Noord om acht uur, zelfs op weekenddagen. Bij het zien van de wachtende, door het zojuist genoten ontbijt in opperbeste stemming verkerende, Zuidpuntfietser komt de veerman uit z’n hok, start de pont en vaart naar me toe.
Op de stuurhut staat een citaat van Drs. P, van wie ik groot fan ben. Een woordkunstenaar die net als Annie Schmidt minder braaf is dan je misschien zou denken. Een couplet uit Het Trapportaal:
Er ligt weer net zo’n juffrouw in het trapportaal
En alle mensen komen thuis met rooie schoenen
En Coba moppert, want de loper wordt zo schraal
Als zij hem elke keer maar weer opnieuw moet boenen
Er wordt in onze buurt
Al veel gegiecheld en gegluurd
Dat krijg je met zo’n vent
Al sta je nog zo goed bekend
Hij moet maar weg, al is ’t een goeie commensaal
Zo’n juffrouw hoort in het kanaal, maar niet bij ons in ’t trapportaal
Drs. P (artiestennaam van Heinz Hermann Polzer), Het Trapportaal.
Dankbaar
Veerman en fietser praten over het beginnende seizoen en dat het vandaag, zaterdag, wel weer druk zal worden. Ik betaal de veerman en geef hem een fooi, dankbaar dat door mensen als hij het veer in bedrijf blijft. In de maanden dat het veer uit de vaart is, bereik je Nederhemert-Noord via de Bergsche Maasdijk en de Wellseindsedijk, een hoefijzervormige omweg naar het oosten die maar 3,6 kilometer langer is dan de directe route via Kasteel Nederhemert en het Veer Nederhemert.
Over de Maasdijk fiets ik via Aalst naar Brakel. In de bermen staat koolzaad, het zonlicht hoort bij mei, de temperatuur bij maart. Het licht wint, het is voorjaar.
Draak
In Brakel vaart de pont over de Waal dit keer wel. Niet in december, toen hij door covid-personeelstekort uit de vaart was en m’n ligfiets en ik ver om moesten rijden via de brug bij Zaltbommel. Het gebied op de noordoever van de Waal is daar voor fietsers zo lelijk als de nacht en de brug zelf is een draak, maar het was niet anders. Als konijn Peeters op de webzijde van Riveer had gekeken, had hij het veel eerder geweten dan het moment waarop hij aan de rivier stond en het bord las. Brakel is een dorp dat je over kunt slaan en toch een gelukkig leven kunt leiden, dus ideaal was het allemaal niet. En toch, improviseren vind ik leuk omdat ik iets onbekends ga doen. Via de Waaldijk was ik uiteindelijk zó in Bommel, waar ik m’n route liet voor wat hij was en recht naar het noorden naar Amersfoort fietste.
Het enige geluid
Aan de overkant ga ik na een paar kilometer de Waaldijk af om de bermbloemen te bewateren. Ik hoor geklepper uit een klein bos aan de rand van een poel in de uiterwaard. Ik loop richting de bomen en zie een ooievaarsnest in een mand bovenop een afgezaagde boom. Ooievaars hebben niet alleen geen stembanden (geen enkele vogelsoort heeft ze) maar ook geen syrinx waarmee bijvoorbeeld reigers een schril gekrijs kunnen voortbrengen. Klepperen met hun snavel is het enige geluid dat ooievaars kunnen maken, als je het ooit gehoord hebt herken je het voortaan altijd.
Kleine momenten
Ook hier overheerst het koolzaad, met daartussen andere bloemen met meer bescheidenheid. Ik spreek aantekeningen in om de momenten van vanmorgen niet verloren te laten gaan. Kleine momenten en kleine gebeurtenissen die van vandaag een avontuur maken. In de lucht zijn wolken verschenen, de helft van de hemel is ermee bedekt. Wit met hier en daar een grijze vlek. Geen regenwolken, het licht blijft.
Aardig
In Herwijnen stop ik bij het zien van een bakker. Daarnaast is een vrouw achter een tafel dingen aan het uitdelen, ik hoor haar praten tegen mensen die ernaar vragen, “dit is eigenlijk alleen voor de Herwijners, we hebben er 800 en de Herwijners gaan voor…”. Ze deelt broodjes uit in een dun cakeblik-achtig omhulsel. Ik loop op haar toe en raak aan de praat. Ze heeft het over de zon en het beginnende voorjaar. Ik vertel van m’n vroege start met het lage licht door de nevel, hoe prachtig ik de eerste uren van de dag meestal vind. “Ja” zegt ze, ”dan heb je de wereld voor je alleen. Hier, krijg je van mij een vrijheidsbroodje. Dat wordt aangeboden door de Verenigde ondernemers Herwijnen, de historische vereniging en de bakker”. Na wat ik eerder hoorde vraag ik of ze dat zeker weet. Dat weet ze, hoe aardig.
Anders
Vanaf Herwijnen fiets ik recht naar het noorden, steek de A15 over en fiets een voor mij onbekend gebied binnen. Op weg naar het zuiden steek ik de Betuwe meestal over van Wijk bij Duurstede via Geldermalsen naar Zaltbommel. Wat het is weet ik niet, maar blij word ik daar niet van. Te veel lege weilanden waar niets gebeurt, terwijl Geldermalsen mij niet bijzonder vrolijk maakt. Eigenlijk helemaal niet. Waar ik nu fiets, aan de westrand van de Betuwe, is dat anders. Hier geen kaal groen land en hectares fruitbomen, maar landwegen met bomen erlangs, water en veel links-rechtsjes. Er gebeurt meer, ik vind het leuker fietsen. Naast de weg zie ik vader en moeder gans met, ik tel twee keer omdat ik het niet geloof, veertien donzen mini-gansjes. Dat is geen familie, dat is een kinderdagverblijf.

Wapenplaats bij Asperen, met een naar meneer Nissen (Canadees in het Britse leger) vernoemde nissenhut.
Werelderfgoed
Bij Asperen houd ik op de Wapenplaats bij Asperen een pauze. Het verdedigingswerk bestaat uit een aarden fort en is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). De NHW liep van de Zuiderzee (nu IJsselmeer) naar de Biesbosch en was bedoeld om het westen van Nederland te beschermen tegen indringers. De wapens die de kern van de linie vormden waren niet de kanonnen op de vele forten die de doorgangen in de linie (wegen en waterwegen) beschermden, maar de weilanden ertussen. Die konden met een stelsel van kleine waterlopen onder water gezet worden. Die – in legertermen – inundatie was zo ontworpen dat de laag water hoog genoeg was om een obstakel te vormen voor infanterie (voetsoldaten), maar te laag voor bootjes om die infanterie in te vervoeren. Goed over nagedacht. Sinds 2021 zijn de Nieuwe en Oude Hollandse Waterlinies officieel UNESCO werelderfgoed.
Nog interessanter
Ik fiets langs meer forten, wallen en kleine bruggen, zoals de Batterij aan den Zuider-Lingedijk, van waaruit de toegang tot de Linge werd bewaakt. Of een sluisje dat, als de sluisdeuren werden opengezet, ervoor zorgde dat de Tielerwaard onder water kon worden gezet. In vredestijd beschermt de sluis tegen hoog water. De forten en de vele kleine waterwegen maken de omgeving nog interessanter, het fietsen nog leuker. De wolken zijn gebleven, de regen blijft weg.
Leuk genoeg
Na Leerdam fiets ik over de Diefdijk, waarover ook de LF Waterlinieroute loopt en die nog steeds een rol heeft bij de bescherming tegen hoog water in dit deel van Nederland.
De wolken spelen met het zonlicht, dat laag over het land valt en bloesem en de bloemen laat oplichten. De dijk is lang en recht, de wind heeft er vrij spel en ik ben niet de enige weggebruiker, maar het is leuk genoeg en vooral nieuw voor me.
Gedicht
Op de Markt in Culemborg houd ik een laatste eetstop. Het is niet het oude stadhuis aan de kop van het plein dat de meeste indruk maakt, al staat het daar prachtig in de meizon. Het is ook niet het plein, waar winkelbezoekers de straat weer een beetje vullen, een beeld dat we in de covid-tijd zijn kwijtgeraakt. Het is een gedicht op de ruit van een boekhandel dat me vervoert en terugbrengt naar wat we hebben meegemaakt. Het heet Vitaal beroep.
Mensen die het nieuws haalden waren zij die vanuit wantrouwen tegen overheidsgezag een redenering hadden opgezet met als conclusie dat covid niet bestond, de duizenden doden aan heel iets anders (of zelfs helemaal niet) waren overleden of dat – in de meer pathologische gevallen – de overheid je bij de vaccinaties gif had ingespoten. Het eigen ongemak van een verminderde vrijheid stond bij hen centraal, geen woord over degenen die werkelijk leden. De houding van een kind.
Het gedicht gaat niet over het voorop stellen van jezelf, maar over nederigheid en dankbaarheid jegens een ander. Daar zijn we als Nederlanders niet zo goed in, terwijl het soms zoveel goed doet. Bedankt, Ria van Koppen.
Herwinnen
Ik fiets de laatste 39 kilometer naar Amersfoort. Over bekende wegen en langs bekende plekken. Ik denk aan de afgelopen zes dagen en aan de tocht die bijna achter me ligt. Bij vertrek had ik niet kunnen denken dat binnen de grenzen blijven zo’n avontuur kon opleveren. Het zat ‘m niet in hoge bergen, machtige kastelen of oneindige bossen. Het zat ‘m in het herwinnen van het fietsplezier en van het geloof dat de tijd weer komt dat ik verder weg mag. Zoals naar Rome. Tot die tijd fiets ik hier, met m’n kop in de voorjaarszon, met geluk en vrijheid in m’n hoofd. Gewoon omdat ik fiets.
Met dank aan m’n lezers, voor het geduld dat ze hebben gehad bij het lange wachten op het slot van dit verhaal.












