Laat voor het eten

Niet alle dolers zijn de weg kwijt

In het spoor van Bach | Dag 4

Campingplatz Lörick fiets

Groen en grijs, een nieuwe dag.

Foto hierboven: Naturpark Bergisches Land. Links het dal van de Wupper, in de verte Schloss Burg.

Het is licht, maar niet zo licht als het om tien over zes kan zijn. Het is egaal grijs bewolkt. Ik heb diep geslapen, bijna acht en een half uur, en sliep direct nadat ik de rits dichttrok. M’n moeheid gisteren was groter dan ik dacht, er was weinig nodig om me van m’n stuk te brengen. Het uitspreken heeft geholpen, de emotie die een uitweg kreeg verdween met het laatste licht. Vandaag een nieuwe dag.

Zelden

Die begin ik met een bezoek aan het sanitairgebouw, handdoek meteen mee. In de douche hangt een apparaat waar munten in moeten. Informatie die ik best graag had gekregen bij het inchecken, want die munten heb ik niet. Ik heb een hekel aan apparaten die me het gevoel geven niet voor vol te worden aangezien. Betutteling als in een scène uit de jaren vijftig, als zuster Aldegonda bij het licht uitdoen op de slaapzaal checkt of iedereen z’n handen boven de dekens heeft. Hou daar toch eens mee op. Net als sanitairgebouw-deuren met een toegangsbeveiliging (piep-piep-piep-hekje. Deur doet niets. $#@! Nog een keer: PIEP-PIEP-PIEP-HEKJE. Deur doet nog steeds niets. Deur krijgt straf) waarbij zelfs Ethan Hunt zich huilend gewonnen moet geven. Pasjes met douchesaldo, kranen met een sensor met duistere werking. Waar moet ik met m’n handen wapperen, hoe lang en met welke snelheid om een beetje water uit die kraan te krijgen? Ooit gelukt om bij zo’n kraan je waterfles in minder dan tien minuten te vullen? Kamperen kan zo eenvoudig zijn als een paar vierkante meter gras, een wc en warm water uit de muur. Al het andere mag van mij over de vangrail, het vertaalt zich meestal in ruis die m’n kampeerplezier hindert, niet vergroot.

Avonturier

Het is goed, succes met de munten. Ik heb gisterenochtend nog gedoucht, met de grijze luchten boven me is het alleen maar handig dat er geen natte handdoek hoeft te drogen. Terug bij de tent is de buurman wakker die gisteravond het veld op reed. Met een vouwfiets en een eenvoudige tent van de Decathlon. Een zeventiger met een grote snor en vriendelijke ogen, een man uit een film. Hij komt uit Mons en is in Düsseldorf voor de Drupa, een grote vierjaarlijkse vakbeurs voor de grafische industrie. Hij is z’n leven lang drukker geweest, zijn dochter heeft de zaak overgenomen, hij bezoekt de beurs uit liefde voor z’n oude vak. Ik zie geen tassen, hij is met vouwfiets, tent en slaapzak in de trein gestapt. Avonturier. Hou ik van.

Lichtje

Bij een buitenkraan vul ik de bidons. De buurman van de andere kant van het houten afdak loopt voorbij en stopt. “Goh, jij hebt echt nog zo’n klassieke randonneur, die zie je niet veel meer”. Hij zegt het bewonderend, het voelt als een compliment, dat een lichtje aandoet in m’n hoofd waarin het nog schemert. Om tien voor acht fiets ik weg, de dijk op, richting de brug. Uit de lucht valt een dunne drizzle, maar ik kan de randen van de wolken zien, daarachter is het lichter. Light rain in the morning, cloudy throughout the day zegt Yr.

Konditorei Oehme Düsseldorf

Oehme Brot & Kuchen.

Keuze

Al is het grijs en valt er dun water, ik ben weer onderweg, geluk druppelt m’n bloedstroom in. Vandaag ga ik de dingen doen die ik leuk vind. Als het plezier verdwijnt gooi ik het roer om, maar aan dat scenario hoef ik nu niet te denken. Ik wil fietsen. Doordat ik heb moeten improviseren en een nieuw plan voor de tocht heb moeten maken, heb ik dat roer beter vast dan toen ik van huis ging. Toen voelde het als een plan waaraan ik moest gehoorzamen, nu is het een keuze.

Ik fiets de Theodor-Heuss-Brücke over, met een lach op m’n gezicht en de hoop op een nieuw begin. Op de rechteroever hoef ik nog maar een paar honderd meter tot Oehme Brot & Kuchen. Fiets tegen de gevel, fietser naar binnen. Koffie, broodjes met kaas en roomboter, bank, hier zijn. Goed.

Koolmezen vliegen af en aan naar de balken van het terrasdak achter de Konditorei. Nesten. Ik neem de tijd die ik heb en bedenk een geniale route naar de fietsenmaker. Bestel voor de lunch een broodje met salami, een Rosinenschnecke en een appelflap-met-kersen.

fietsen Rijn Düsseldorf

De Rijn en Düsseldorf, met rechts van het schip de Rheinturm.

Rad AB Werkstatt

Ik word meteen geholpen, fiets hangt al in de touwen.

Aantrekkingskracht

Aan de Rijn is de lucht net zo grijs als de muur naast het gravelpad. De bomen langs de promenades aan de rivier zijn zomergroen, de straten zelf zijn verlaten. Er wordt iets opgebouwd, op doeken zie ik dat het morgen Japan-Tag is, het grootste Japan-evenement in z’n soort. Düsseldorf ontleent haar aantrekkingskracht vooral aan de vele evenementen en handelsbeurzen, de meeste ervan op de Messe Düsseldorf. Ik passeer de voet van de kolossale Rheinturm, een 240 meter hoge toren in een knie-bocht van de rivier.

De eerste

Om 09:50 sta ik voor de nog dichte roldeur van Rad AB. Ik ben – goed gedaan Peeters – de eerste, maar al snel niet meer de enige. Precies om tien uur gaat de roldeur omhoog en loop ik mee met een man, een binnenplaats over en de werkplaats in. Ik leg uit wat er mis is, dat ik vanwege Sacramentsdag een dag in Düsseldorf heb moeten blijven en dat ik daarom ontzettend geholpen zou zijn als hij er meteen naar kan kijken. “Sie möchten sofort weiter?” “Ja, eigenlijk wel, als dat kan…” “Mal fragen…” Het kan, ik kan m’n geluk niet op. Een half uur later is m’n fiets klaar. Het is 33 euro, ik wil een fooi geven maar het pinapparaat staat dat niet toe.

fietsenmaker Düsseldorf

Klaar.

Nichts außergewöhnliches

Ik heb gevraagd of ze meteen kunnen kijken naar wat de kabelbreuk veroorzaakt kan hebben, zo snel al na de vorige breuk. De verkoper laat me de gebroken kabel zien: hij is bij de kop, waar de shifter aan de kabel trekt, gebroken. “Gewoon slijtage, zoiets gaat een keer stuk, nichts außergewöhnliches“. De oudere man die m’n fiets gemaakt heeft hoort het gesprek en bemoeit zich ermee. De stelschroef die de verticale stand van de achterderailleur regelt was er helemaal (veel te ver) ingedraaid, waardoor de kabel een scherpere knik maakt dan nodig. “Daardoor gaat het schakelen zwaarder en kan de kabel sneller slijten. Het heeft me veel moeite gekost om die stelschroef eruit te krijgen, maar dat is gelukt en ik heb er een nieuwe ingedraaid.” Ik bedank ze voor de geweldige service, laad op en loop naar buiten. Ik kan weer verder, ik kan weer verder!

Goede afloop

Het fietst geweldig, het fietst heerlijk. Als een kind zo blij rijd ik door de buitenwijken van Düsseldorf, op weg naar het groen en de heuvels. Het probleem is opgelost, en hoewel het feitelijk niets voorstelde heeft het me flink ontregeld. Voordat ik me weer op de route stort stel ik mezelf een belangrijke vraag: what did I learn?
In elk geval dat ik voortaan jaarlijks die derailleurkabel laat vervangen. Bij een snackbar haal ik een blik cola voor straks, om te drinken op de goede afloop.

fietsen Eller Forst

Het Eller Forst.

Een prins

De bebouwing wordt dunner en houdt op, met een brug steek ik de Vennhauser Allee over, ga het fietspad op en verdwijn tussen de bomen van het Eller Forst. Bandengeroffel verandert in het gefluit van vogels, het zonlicht aarzelt door het bladerdak, de lucht ruikt naar bosgrond. Ik ben een prins, een koning, een opgeslotene die z’n vrijheid heeft herkregen. Vóór me ligt ineens weer alles waar ik me thuis op heb verheugd. Onbekende paden, beboste heuvels met ertussen, in de plooien van het landschap, nieuwe rivieren. Het avontuur van boswegen waarvan ik niet weet of ik ze kan fietsen.

Naar het zuiden

Op de bospaden laten mensen hun hond uit, vogels zingen om het hardst, de stad is ver weg. De route gaat langs de Elbsee, waar ik op een bank de cola drink. In Hilden zijn de overstroomde containers met kleding zo treurig als het dorp, na de A3 fiets ik door nog meer parkbos en buig ik af naar het zuiden.

Heerlijk

De route gaat over gravel, over Waldwege en over asfalt. Ik fiets in een T-shirt, het is heerlijk. De zon achter de gebroken wolken, de vogels, de natuur van de Ohligser Heide. Op de achtergrond hoor ik nog het geraas van de A3, maar na de dag in Düsseldorf is dit alles wat ik me kan wensen. Ik voel een druppelstroompje fietsplezier, een dun beekje met geluk. Het land begint te golven, ik maak de eerste hoogtemeters.

Ohligser Heide

Ohligser Heide.

fietsbrug Wupper

Fietsbrug over de Wupper bij Horn.

Joekels

Met een fietsbrug steek ik de Wupper over, die ik vanaf hier een stuk naar het oosten volg, stroomopwaarts en dus omhoog. De andere kant op, richting het westen, stroomt de kleine rivier bij Leverkusen de Rijn in. In Nesselrath koop ik bij een groentewinkel-annex-tuincentrum langs de weg een puntpaprika en een zak met joekels van blauwe druiven.

Aan de zuidkant van de rivier loopt m’n route over Duitse wegen zoals ik ze ken, met eiland-asfalt, verbrokkelde verharding en stukken baksteen die zich onwrikbaar in de bosgrond hebben vastgezet. Vertrouwd en helemaal niet erg, hoe slechter de weg, des te rustiger die is. Een mooi stuk, al zeg ik het zelf. Boerderijen met grote erven en snuivende koeien, schemerige stukken loofbos, een paar kleine dorpen. Nu en dan wissel ik met een brug van oever, korte klimmen gaan over bulten in het landschap. Geweldig leuk fietsen.

fietsroute Wupper

Tussen Nesselrath en Leysiefen.

fietsen Burg an der Wupper

Alles in orde.

Wegdekroulette

Bij een brug bij Pfaffenberg zou ik de Wupper over kunnen steken, om met een grote haarspeldlus om Burg an der Wupper en Schloss Burg heen verder naar het oosten te fietsen. Thuis heb ik bedacht, met in het achterhoofd het in toom houden van het aantal kilometers (zie dit gesprek), die lus niet te fietsen en in plaats daarvan een shortcut over een heuvel te nemen. Die gaat via wegen die op de kaart met dikke zwarte stippellijnen zijn aangeduid. In Duitsland betekent dat een wegdek-roulette waarbij je niet kunt voorspellen wat je tegenkomt en of dat fietsbaar is. Hoe steil het omhoog gaat is evenmin duidelijk.

In datzelfde achterhoofd huist m’n verlangen om meer onbekend onverhard (O-O) te rijden en het avontuur op te zoeken. Voor hardcore bikepacken leent de Vittorio zich niet, maar als ik graag genoeg wil kom ik een heel eind. Ik wil graag genoeg. Het O-O stuk is drie kilometer, als het niet fietsbaar blijkt is de afstand die ik moet lopen te overzien.

Wonderlijk

Ik sla rechtsaf en ga meteen zo steil omhoog dat ik de fiets moet duwen. Duidelijk verhaal. Niet lang daarna wordt de weg milder en fiets ik verder. Alles in orde. Op een open stuk zie ik in de verte de puist met daarop Schloss Burg, aan de voet ervan Burg an der Wupper, op de voorgrond Unterburg. Wonderlijk dat het beeld dat ik er thuis van had klopt met de werkelijkheid. Dit uitzicht had ik daar beneden niet gehad. De weg hobbelt en moddert zoals het een Waldweg betaamt, het is hier prachtig en ik ben alleen in het bos.

Schloss Burg fietsen

Links Schloss Burg met Burg an der Wupper, op de voorgrond Unterburg.

Geen verleiding

De bosweg blijft stijgen. Ik verwacht een bult over te moeten, om daarna af te dalen naar de verharde weg. Toch niet. Het stijgen gaat door, soms zo steil dat ik ga lopen om m’n knieën te ontzien, wat meestal betekent dat het boven de twaalf procent is. Ik fiets het bos uit, kom door een dorp en stijg naar Wermelskirchen op 310 meter. In het centrum bestel ik een frietje en krijg dat tot m’n tevredenheid – ik heb al best wat gegeten – helemaal op. Verbranding en hongergevoel hebben zich aangepast aan de grotere inspanning. Die omschakeling heeft een paar dagen nodig, op de eerste dagen van een tocht eet ik eigenlijk te weinig.

Bergischer Panorama-Radweg Wermelskirchen

Verborgen tussen gebouwen (videobeeld).

Bergischer Panorama-Radweg Wiehagen

Bij Wiehagen.

Verborgen

Aan de oostkant van Wermelskirchen, verborgen tussen gebouwen en alleen herkenbaar aan wit-rode anti-autohekken, fiets ik het spoorfietspad op van de Bergischer Panorama-Radweg. Het doet me denken aan hoe in Aachen de Vennbahn begint: het ene moment fiets je over vage, rommelige stukjes achteraf-stad, het volgende moment ben je alleen op een smetteloze strook asfalt, boven weilanden en bomenhagen. Zo gaat het hier ook. Ik laat de vrijdagmiddagspits van Wermelskirchen achter me en fiets autovrij de kleine stad uit. Vol verwachting.

Deze RAVeL (de mooiste – Waalse – term voor een spoorfietspad als dit) volg ik maar liefst 28 kilometer. Al fietsend zou ik zweren dat ik in Wallonië ben, het pad heeft dezelfde sfeer en gedaante: wegen die het spoortracé met stenen boogbruggen kruisen, groene dijken aan weerszijden van het kaarsrechte fietspad, in de berm een enkele verweerde kilometerpaal. Ook hetzelfde is – na alle bosgehobbel – het aangename comfort van het vlakke asfalt dat stilaan overgaat in ‘er mag weer wat gebeuren’. RAVeL’s zijn comfortabel, maar hebben de neiging saai te worden.

Afwisseling

Voorlopig vind ik ‘saai’ prima, thuis heb ik bewust stukken als deze in de route verwerkt, voor de afwisseling en om te kunnen herstellen. Kilometers maken lukt ook, erg fijn gezien de late start van vanmorgen en het mooie, maar tijdrovende eerste stuk.

Bergischer Panorama-Radweg Wipperfürth

Bij Wipperfürth (Wipper is de andere naam van de Wupper).

Kan zo echt niet

Een bord waarschuwt voor een helling. Direct daarna gaat het fietspad met 18 procent naar beneden, m’n remmen redden het maar nét voordat ik ineens een weg tegenkom, die oversteek en aan de andere kant net zo steil omhoog moet. En dat is met remmen die goed zijn, een hoofd dat alert is en een niet al te zware fiets. Hoe zal dat gaan met de e-bikers op leeftijd die ik onderweg tegenkom? Beste fietspad-bouwers, dit kan zo echt niet.

Het spoorfietspad gaat door Hückeswagen en Wipperfürth, soms met vals plat omhoog, dan weer licht naar beneden. Naast het pad staat regelmatig een picknickbank of een overdekte rustplaats. Het is twintig graden, de wolken zijn onschuldig, na de drizzle van vanmorgen heeft het niet meer geregend. De natuur van het Bergische Land (nog geen Sauerland, hoewel de grens tussen beide gebieden niet precies is gedefinieerd) is prachtig.

fietsen Meinerzhagen

De laatste kilometers.

Serieuzer

Ten noorden van Marienheide verlaat ik het spoorpad en fiets ik na een korte, stevige klim langs de Lingesetalsperre naar het oosten. Aan het stuwmeer, tegenwoordig een recreatieplas, is weinig te zien. Water en bos houden op, de route gaat klimmend en dalend door de velden, over wegen die op een vrijdagvond gelukkig minder druk zijn dan ik thuis vreesde.

Het licht dimt, ik wil er zijn, Meinerzhagen is gelukkig niet ver meer. Ik klim tot 470 meter, daal iets af en sla dan rechtsaf voor de laatste kilometers. ‘Slecht wegdek’ kondigt een bord aan. Thuis zou ik erom lachen (maak me gek), in Duitsland neem ik dat serieuzer. Maar de weg heeft geen verrassingen, over keien en door modder hobbel ik verder. De fiets kan het aan, de berijder vindt het – alert om de velgen niet te beschadigen – nog leuk ook.

Om m’n oren

Op het laagste punt moet ik linksaf, waar een modderplas onontkoombaar is. ‘Ich bin ein Veldrijder!’ denk ik in een vlaag van onvermoede heroïek, en geef gas. De modder vliegt letterlijk om m’n oren, maar op m’n Garmin heeft het zwarte pijltje de paarse lijn verlaten. Ik moet hier helemaal niet linksaf.

“Wel sapperloot!” zou de Bachfietser kunnen zeggen, de werkelijke tekst leent zich niet voor publicatie. Gelukkig ben ik veldrijder genoeg om te weten dat een modderfiets nog steeds een functionerende fiets is, hoewel die veldrijder na afloop z’n fiets thuis afspuit, terwijl ik nog even door moet. Met wat ik nog aan water heb maak ik draaiende delen, velgen en remblokken (de Vittorio heeft velgremmen) schoon, zodat die niet onnodig slijten.

Hartstikke gek

Vrij snel daarna begint het asfalt weer en bereik ik na een korte klim Hahnenbecke, een buurtschap aan de rand van Meinerzhagen. Ik sta meteen voor de deur van Haus Hahnenbecke, een pension dat ik gezien heb bij het maken van de route. Achteraf goed dat ik niet gereserveerd heb, door de vertraging in Düsseldorf was dat misgegaan. Onderweg heb ik nog met het idee gespeeld om na Meinerzhagen door te fietsen en in het bos te slapen, maar ik roep mezelf tot de orde, ‘het is vijf over acht, je bent hartstikke gek als je nu doorfietst, bovendien moet je dan meteen 200 meter omhoog’.

Haus Hahnenbecke

Een kamer van vroeger.

Ik volg dat advies, loop naar binnen en vraag aan twee spelende jochies waar de Inhaber is, iemand van hier. Ze rennen weg, de keuken in, “Omi, omi!” Oma, met lieve lach, verschijnt en vraagt wat ze voor me kan doen. Ik zet m’n helm af, leg uit dat ik met de fiets ben en vraag of er een kamer vrij is. “Volgens mij wel” zegt ze, slaat een groot boek open en zoekt in wat ze eerder heeft opgeschreven. Ze heeft een Doppelzimmer met badkamer voor 61 euro en een kamer met badkamer op de gang voor 39 euro, beide inclusief ontbijt. Ik neem die laatste, ‘badkamer’ is goed genoeg.

“Geweldig dat u een kamer voor me heeft” zeg ik, blij dat alles zó goedgekomen is, “kan ik hier ook eten?” “Nee” zegt ze, “dat kan helaas niet, hoewel het naar eten ruikt. Je kunt wel iets bestellen, als je wilt kan ik je helpen, dan komen ze het brengen”. Met, even later, “ik heb nog wat rijst met saus met kip, erwtjes en asperge. Zal ik dat opwarmen? Ich mache Ihnen einen kleinen Preis“.

Eenvoudig

Ze gaat me voor naar boven, waar ze me de kamer laat zien. Die lijkt in alles op de kamer in Pension Karina in Ermsleben, op dag 7 van de tocht naar Berlijn. Een kamer van vroeger. Houten meubilair, beddengoed uit m’n jeugd, de kleuren van toen. Eenvoudig, sympathiek.

pension Hahnenbecke Meinerzhagen

Ze heeft overal voor gezorgd.

Het hele verhaal

Ze gaat terug naar de keuken, “zal ik er een tomaatje bij snijden?” M’n fiets mag ik in de garage zetten, ik breng m’n spullen naar boven en haal alles wat niet helemaal droog is uit de tassen. Beneden mag ik bier uit de koelkast pakken, een fles is € 1,50. Op de tafel staat een bord rijst met saus, daarnaast een bord met tomaat, van alles en mozzarella. Ze dekt de tafel en steekt een kaarsje aan, ondertussen vertelt ze over het hotel in het centrum. Ik hoor het hele verhaal.

Het pension heeft twaalf kamers, meer zou ook mogen, het andere hotel heeft z’n deuren gesloten. De eigenaar wil het verkopen, maar het hotel blijkt onverkoopbaar. Een nieuwe eigenaar moet voldoen aan de nieuwste brandveiligheidsvoorschriften, de huidige eigenaar heeft meer tijd voor die investering. Op de achtergrond staat de radio aan, “dat is nog uit onze tijd” zegt ze bij een nummer van Linda Ronstadt. Ik denk dat ze de aanspraak net zo fijn vindt als ik.

Goed verzorgd

Morgen, zaterdag, kan ik om half acht ontbijten, ze verontschuldigt zich. Ik zeg dat ze zich niet bezwaard hoeft te voelen, het is voor haar ook weekend. “Maar ik ben er om zeven uur, als je wilt kan ik dan wat klaarzetten, kun je al beginnen. Bruin- of witbrood, koffie of thee, spiegelei of roerei?” Ik heb me zelden zo goed verzorgd gevoeld, zeg “danke!” en voel me tekortschieten. De lege borden zet ik in de keuken. Voor het eten vraagt ze € 5,50.

Op het terras drink ik m’n glas leeg. Vandaag was een nieuw begin, met nieuw fietsplezier. Ik heb zin in morgen. Dan begint het echte avontuur.

Dag 5: Meinerzhagen – Westfeld

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.